zondag 20 januari 2013

Kussen:hoe moet het nu?

In France they kiss on Main Street, zong Joni Mitchell. En ik heb nu empirisch kunnen vaststellen dat Vlamingen en Walen toch verschillen. Vrijdag dochterlief uitgewuifd in een ijzig Namen, richting Avoriaz, 4 meisjes van de Médecine in een bus met de Cercle de Droit de Namur. (De bus was "tout droit" op 4 na. Chouette!)
Soit: ginderachter kussen de jongens elkaar écht bij de begroeting (nee, niet zoals Brehzjnev en Honecker, gelukkig). Bij ons zie ik dat enkel bij Raymond van het Groenewoud en Martin Heylen, maar goed, die hebben dan ook een Franse voornaam. En wie kan een mysterie de wereld uithelpen? Hier bij ons kus je iemand drie keer als je de ander niet goed kent; en één keer als je vrij intiem bent. Twee keer: nooit, denk ik.
Nu we de drukke kusperiode van nieuwjaar achter de rug hebben, is het eigenlijk te laat, maar toch - ikzelf ben nogal afstandelijk, en steek algauw een hand uit. Maar soms zie je het al vanop afstand: daar kom ik niet mee weg - er wordt meer verwacht. Beste wensen! Smak! Smak! Smak! En op naar de volgende. 

De hand schudden, als teken dat je geen wapen in de handen hebt, daar zit nog een oeroude betekenis achter. Maar hoe zit het met kussen? Eigenlijk nogal intiem, zo tussen wang en lippen, ook al wordt het heel gauw het bewegen van de ene wang naar de andere toe, soms zelfs zonder aan te raken.
In Zweden wordt er geknuffeld, een hug als begroeting is daar heel normaal. Alleen verveledn als de andere een stuk groter is dan ik, en dat komt wel eens voor. 
In Rusland wordt er dan vaker volop op de mond gekust, ook bij mannen onderling. Ook in Australië schijnt er druk gekust te worden. In Frankrijk lijken twee kussen de norm, maar vier kussen komen soms voor.
De Walen zijn misschien een stuk lichamelijker, emotioneler, warmer, extraverter - Vlaamse meisjes die daar studeren bevestigen het: er wordt nogal wat afgezoend, vaak dagelijks, bij een gewone begroeting tussen vrienden en vriendinnen. Vlamingen zijn dan wellicht wat koeler, afstandelijker, principiëler ook - kussen als iets wat niet voor iedereen bestemd is.
Of ligt het aan mij?

zaterdag 12 januari 2013

Er was eens...


Beatrice Delvaux verzucht in De Morgen (11 januari 2013): "Want als de koning zich terecht zorgen maakt over het populisme, dan moet hij goed weten dat een lid van zijn familie goed bezig is het zelf nog wat te voeden."

Toch geeft zij aan dat wat koningin Fabiola doet, iets anders is dan het "populisme voeden". Wat Fabiola doet, legt enkele pijnpunten van de constitutionele monarchie bloot. De instelling blijft een wat bizar relikwie van het middeleeuwse erfelijke leiderschap. De uitwassen daarvan hebben ertoe geleid dat naties die geboren zijn na het Ancien Régime, zoals de Verenigde Staten, van geen koningshuis moesten weet, gewoon op puur democratische gronden. Het volk kiest zijn leiders, en controleert hen, om elke kans op despotisme af te blokken. Heb je pech met een president, dan blijft hij maximaal vier of vijf jaar aan de macht.
Dat vele Europese landen hun koningshuis behielden, lijkt vandaag de dag een anachronisme, zeker als je weet dat in een land als België de koning nog altijd een ondoorzichtige, wat schimmige politieke rol speelt, en dat is principieel niet gezond. Dat zou het ook niet mogen zijn voor de unitaire Belgen aan beide zijden van de taalgrens.

Zeggen dat Fabiolagate de populisten voedt, is een foute redenering, gebaseerd op het principe: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. De ratio zou Vlamingen en Franstaligen moeten samenbrengen in de overtuiging dat een koningshuis hooguit een ceremoniële functie kan hebben. De gemeenschappen bij elkaar houden, dát was het argument tot voor kort. Maar ook tijdens de koningskwestie verdeelde de monarchie Vlamingen en Walen, en dat zal nu weer meer en meer gebeuren. Ook omdat vele Vlamingen aanvoelen dat de koning niet echt één van hen is, en de schijn wekt dat hij partijdig is. En bezuiden de taalgrens houdt men vast aan de monarchie omdat vele Vlamingen daar tegen zijn. De vijand van mijn vijand is mijn vriend.

Wat Fabiola doet, versterkt het populistisch discours niet - het is op alle gronden, ook de rationele, fout. De vraag moet gesteld of een bejaarde aristocrate, die ooit een sprookjesboek schreef, wel een dotatie verdient van 120.000 euro per maand, gewoon omdat zij getrouwd was met een koning. Als alle Belgen gelijk zijn voor de wet, wat rechtvaardigt zo'n maandwedde voor iemand die geen maatschappelijke rol meer vervult, zelfs geen symbolische? Waarom moet zij een staf hebben van 25 personeelsleden? Très ancien régime.

Bovendien verdeelt ze ook het land met haar extreem katholicisme, en met een stichting die haar eigen familie discrimineert op basis van iets waaraan ze zelf geen schuld hebben ("issus d'un premier mariage réligieux catholique").

Dus, wat ik wou zeggen: Beatrice Delavaux is verontwaardigd over de démarche van koningin Fabiola, maar ze toont andermaal aan dat Franstalig België alles ziet en wil zien in het discours van "wij tegen zij", "zij" zijnde de malafide populisten. Ook zij noemt geen namen, dus het blijft gissen wie ze precies bedoelt.

zondag 6 januari 2013

Populisme of verlicht despotisme?


Koning Albert II waarschuwde voor populisme. Het leverde pittige discussies op, met als hoogtepunten "De koning doet zelf aan populisme" (prof. Mark Van den Wijngaert) en "De N-VA is zeer gevaarlijk voor dit land" (Elio di Rupo).
Als we over populisme willen discussiëren moeten we weten wat de vorst bedoelt met deze term.

Populisme heeft twee onderscheiden, maar met elkaar verbonden aspecten:

(a) enerzijds het volk naar de mond praten om als politicus te tonen dat je één van hen bent;

(b) anderzijds een anti-intellectuele beweging die grote groepen van de armere sectoren van de maatschappij mobiliseert tegen de bestaande staatsinstituties, veelal onder de leiding van een charismatisch leider.

In beide gevallen past populisme niet in de traditionele links-rechtsindeling.
Het zou de vorst (en de regering) sieren mocht hij duidelijk maken wat hij verstaat onder populisme, want deze vlag dekt vele ladingen - en velen kiezen de vlag die het best bij hun lading past.

Letterlijk

"In de verwarde tijden die we nu meemaken moeten we waakzaam blijven, en de populistische betoogtrant helder doorzien. Altijd zoeken ze naar zondebokken voor de crisis, ofwel zijn het de vreemdelingen ofwel landgenoten uit een ander landsdeel. Zulk betoog komt vandaag vaak voor in talrijke Europese landen, ook bij ons. De crisis van de jaren dertig en de populistische reacties die ze teweegbracht mogen niet worden vergeten. Men heeft gezien welke rampzalige gevolgen dat voor onze democratieën heeft betekend."

Kersttoespraak Albert II, 2012 (Bron: diverse nieuwsmedia)

Even terzijde, sommigen vragen zich af of de vorst geen betere politieke advisieurs verdient; hij verdient zeker betere taaladviseurs. De laatste zin is een klassieke contaminatie: "iets betekenen" en " gevolgen hebben" wordt dan: "gevolgen betekenen".

Hints

De kerstboodschap bevat enkele hints naar de betekenis die de vorst wil leggen in de term:  hij heeft het over een "betoogtrant" (dus over de manier waarop de boodschap gebracht wordt) en over "zondebokken te zoeken voor de crisis" (wat verwijst naar aspect (b). Anderzijds verwijst hij naar de jaren 30, een verwijzing die zeer breed wordt veroordeeld, zij het vaak om niet principiële, dus om pragmatische redenen.

Dat lijkt erop dat Albert II vooral denkt aan betekenis (b). Ook omdat (a) slaat op het gros van de politici in dit land.

Iets over (a)

Het eerste aspect van populisme vindt men aan alle zijden van het politieke spectrum en is zeer aanvaard, meer zelfs: sommigen vinden dat er een tekort aan is. Ook al gaat het om een vorm van volksverlakkerij, als het ware, de mensen naar de mond praten en ondertussen je eigen (politieke) positie versterken of vasthouden aan je eigen gelijk.

Populisme als zeggen wat de mensen willen horen, is dat zo fout? Cultuurhistoricus David Van Reybrouck pleitte in 2008 net voor méér populisme: populisme is niet het tegenovergestelde van  democratie, maar maakt daar deel van uit. Ondanks zijn negatieve imago toont populisme de wil tot betrokkenheid bij de organisatie van de democratie. "Er is niet minder, maar beter populisme nodig (...), een populisme dat niet schreeuwt maar spreekt, een populisme dat de noden van laaggeschoolden niet miskent, maar weigert oneliners als oplossingen te zien; een populisme dat hoogopgeleiden niet minacht, maar hen uitnodigt tot empathie met de rest van de samenleving." Aan de basis van het manifest ligt de vaststelling dat in de jaren negentig de diplomademocratie de representatiedemocratie verdrong [de meerderheid van de bevolking is laag- tot middelmatig geschoold, maar alle politici zijn hoogopgeleid] en dat hoogopgeleide populisten zich in die context tot een laagopgeleid kiezerskorps richtten. (Bron: Wikipedia)

Ook dat debat leeft: de Vlaamse culturele 'elite' en de intelligentsia (cf. de bakfietsvalming) tegenover de verkavelingvlamingen. Maar dat is een ander debat.

Massa's politici volgen deze betoogtrant, in de hoop de ondertussen beroemde kloof tussen burger en politiek te dichten. Archetype van zo'n politicus is Herman De Croo, die elke socio-culturele-sportieve manifestatie afschuimt 'to press the flesh', en dat voor iemand die uit al zijn poriën probeert een ridderlijk artistocraat te zijn die zich met veel graagte ophoudt in koninklijke kringen. Ook Jean-Luc Dehaene is zo'n voorbeeld, die zich met verve voordoet als iemand die liefst een pintje drinkt en lak heeft aan de loge omat hij veel liever tussen de massa, meer zelfs, één met de massa, supportert voor zijn Club Brugge. En dat terwijl hij ook voorzitter was bij Dexia toen deze bank roemloos ten onder ging aan mismanagement en ons 5% extra staatsschuld oplevert.

Voorbeelden van een dergelijke betoogtrant zijn legio. Neem nu het drama van Ford Genk. Je scoort als je megaat in het populaire discours, en een zondebok zoekt, die in dit geval gemakkelijk te vinden was: Ford zelf, of toch zeker de Europese en/of Amerikaanse directie, gepersonaliseerd door Stephen Odell, CEO van Ford of Europe. Weinig politici hadden de moed om tegen het sentiment du jour in te gaan, door bijvoorbeeld te beklemtonen dat Ford al decennialang welvaart gecreëerd heeft voor Vlaanderen en België. Of dat een bedrijf het recht (en zelfs de plicht) heeft om te investeren maar ook om indien nodig fabrieken te sluiten in het belang van de aandeelhouders. De bewonderenswaardige Myriam Kitir, vakbondsafgevaardigde en parlementslid, verwoordde ook dit populistische sentiment door de vraag aan de premier te stellen: "En nu?" Waarmee het toch al sterk aanwezige gevoel versterkt wordt dat iemand anders (de gemeenschap/de overheid) voor oplossingen moet zorgen, terwijl het meest logische antwoord zou zijn: "En nu? Ander werk zoeken."

Op de Vlaamse parlementsbanken viel nog een andere opvallende populistische betoogtrant te horen. Ik luisterde naar Villa Politica, wat niet mijn gewoonte is, want ik ben geen politiek kenner. Daar hoorde ik twee vrouwen ter linkerijde (Mia De Vits en Marleen Temmerman, beide SP.A) heel heftig peroreren: "En het is niet omdat de loonkosten te hoog zijn." Kijk, dat leek me nu een mooi voorbeeld van perfide populisme: de massa naar de mond praten met een populaire uitspraak met diepgaande consequenties en tezelfdertijd een vals discours voeden (niemand beweert dat de mensen te veel verdienen, maar ook bij de SP.A weet men dat dezelfde mensen veel te veel kosten aan diegene die de loonkosten moet betalen).

Het mooiste voorbeeld van dit soort populisme moet wel Guy Mathot zijn, die zijn achterban wijsmaakte dat het begrotingstekort wel vanzelf zou weggaan (als Wikiquote juist is: "La dette publique, on ne sait pas comment elle est arrivée, mais elle disparaîtra d'elle-même".

Kenmerkend voor (a) is een simplistische redenering, die gemakkelijk te vatten is voor dat deel van het electoraat dat eerder valt voor leuzen dan voor een intellectueel debat. Een ander kenmerk is dat men de bevolking sust: we zijn goed bezig. In elk geval getuigt het niet van grote politieke moed.

En nu: Een relevante vergelijking met de jaren 30

Internationaal en historisch bekeken is de meest relevante tegenstelling die tussen Winston Churchill en Neville Chamberlain. De een beloofde alleen maar bloed en zweet ("I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat" (13 mei 1940, in zijn eerste toespraak als premier), de ander had eerder al vrede beloofd ("peace in our time") - zie ook onderaan.

Chamberlains strategie getuigde ongetwijfeld van wat toen breed aanvaard werd als realpolitiek: de appeasement policy had tot doel om oorlog te vermijden door rationeel compromissen te zoeken en de agressor tegemoet komen, om erger te voorkomen. De Britse premier verwoordde waarschijnlijk het sentiment in een heel brede laag van de bevolking. De onwaarschijnlijke gruwel die het Hitlerregime zou aanrichten, was toen nog niet duidelijk. Chamberlain stond niet alleen. Ik ben geen historicus, maar ik vermoed dat de houding van Leopold III, die ook met Hitler ging praten,  perfect in deze tijdsgeest paste.

 Aspect (b): de populistische/charismatische leider

 Uit deze voorbeelden moge blijken dat 'populistisch' de andere zijde is van 'populair', maar geklasseerd wordt als gevaarlijk wegens al te simplistisch. Beide woorden gaan trouwens terug op dezelfde basis: populus = volk. Veel stof doet dit doorgaans niet opwaaien, tenzij het gelinkt wordt met eng nationalisme en met de uitwassen ervan - wanneer men populaire kreten de wereld instuurt die een bepaalde bevolkingsgroep stigmatiseren. Een groot deel van het discours van het Vlaams Belang valt onder deze catergorie. Het VB stelt zich duidelijk en onbeschaamd populistisch op: ze beweren dat zij zeggen 'wat u denkt', en dus wat de andere partijen, en het hele socio-politieke organisatieveld u verzwijgt.

Hier wordt het interessant. In het begin van de jaren 80, dus vóór de opkomst van extreem rechts in Vlaanderen, Nederland en Europa, werd populisme eerder gelinkt aan het Argentinië van Juan Peron dan aan het nationaal-socialisme van Duitsland in de jaren 30. Populisme, zo schreef professor B.J.S. Hoetjens in deel 18, "laat zich moeilijk onderbrengen in een links-rechtsindeling." Meer zelfs: "Sinds de jaren 60 werd populisme onderdeel van het socialistische gedachtengoed."

De klassieke populist is de momenteel erg zieke Hugo Chavez van Venezuela: een charismatische leider die graag tegenstanders schoffeert en beweert het volk te vertegenwoordigen, met een zwart-wit-vijjandbeeld (de rijken, de VS).

Wie het schoentje past

De Rupo en vele anderen zeiden bij herhaling dat de koning niemand in het bijzonder viseerde. Dat is een louter formeel en niet erg moedig argument. Bart De Wever vond het schoentje eerst niet passen en voelde zich niet aangesproken. Dat getuigde van wijsheid, maar later, wellicht onder druk van zijn achterban, kon hij het toch niet nalaten om te scoren nadat de tegenpartij de bal niet wegkreeg uit de doelzone (om Walter Pauli te citeren die in Knack een inhoudelijk zwakke analyse gaf - wat zou Van Cauwelaert geschreven hebben?)

Als de koning waarschuwt voor populisme en de jaren 30 moet hij toch iemand voor ogen hebben, en het zal toch wel het verschrompelende Vlaams Belang zijn neem ik aan? Hetzelfde geldt voor Jean-Marie De Decker. Wellicht ging het ook niet over de PS, die toch ook opkomt voor het eigen volk en graag Vlaanderen als boeman neerzet.  Maar de N-VA heeft het ook wel wat gezocht. Een partij die bij de gemeenteraads- en provinciale verkiezingen bijna overal de magische kaap van 20 procent ruimschoots heeft overschreden, niet langer onbeduidend is. De vox populi ging duidelijk naar de N-VA, hoewel aan de andere kant van de taalgrens de PS dat nog meer kan claimen. En ook de PS profileert zich als een volkspartij.

De verwijzing naar de jaren 30 spruit ongetwijfeld voort uit de overwinningsmars op het Antwerpse stadhuis van de N-VA. Daniël Termont en Louis Tobback deed dat denken aan de jaren 30, en mij eigenlijk ook, al was de vergelijking zeer oppervlakking. Geen blije, uitzinnige vreugde bij De Wever, die met zijn kilo's ook veel van zijn humor verloren lijkt te zijn; wel een ernstig en gedreven blik, het oog gefixeerd op één doel: Antwerpen opnieuw innemen, en van daaruit de rest van Vlaanderen in 2014. De Wever zei achteraf dat dit allemaal wel gepland was, maar ook dat het niet werd wat hij wou, ook door enkele persoonlijke uitschuivers. Het vergelijken met  Kristalnacht gaat natuurlijk te ver.

Na de verkiezingen schreef ik:  

De jaren 30, dan is de term 'fascisme' niet veraf. Toen ik een behoorlijk verwarde en revolutionaire tiener was, kreeg alles wat ik niet goedkeurde het label 'het systeem' of 'fascistisch' mee. De intrede van De Wever lijkt niet op wat Termont of Tobback voor ogen hebben. Want we moeten terug, niet naar de oorlogsjaren van Tobback, en ook niet naar de Nürnbergmanifestaties van Termont, maar naar het sleutelmoment in het interbellum: 1933. Hitler wint democratisch de verkiezingen, en holt dan het democratisch systeem van binnenuit om een dictatoriale staat uit te bouwen. Na zijn verkiezingsoverwinning komt Hitler de straat op, op weg naar de opening van de Reichstag. Zijn tocht is zeer beheerst - hij wil tonen dat hij respectabel is, en hij stelt zich onderdanig op tegenover president Hindenburg. Hitler vaardigt volmachten uit, en zet de democratie dan buitenspel.Het fascisme zal de komende jaren Duitsland, Europa en de wereld op de rand van de afgrond brengen.

 
Bart De Wever vertoont populistische kenmerken - het gebruik van oneliners bijvoorbeeld, en zijn sterke, soms onmeedogenloze debatstijl. Maar hij is ook een intellectueel.  Laatst verwees hij in een opiniestuk (Afbreken om op te bouwen) in De Standaard naar Louis Paul Boon, Max Weber, Friedrich Nietzsche, Richard Wagner, E.T.A. Hoffmann om uite komen op Heinrich Heine. Op het einde wist je niet meer waar hij begonnen was, en vroeg je je af of het geen parodie was.

Hij doet ogenschijnlijk ook geen moeite om populair te zijn, en ook dat maakt hem aantrekkelijk.

Hij wordt ook gezien als een gevaar voor de gevestigde orde en 's lands instellingen, van het ACW tot de monarchie. De drie traditionele families regeren al zo lang, dat ze de indruk geven dat de democratie er niet zoveel meer toe doet. Hoe de kiezer ook stemt, het beleid lijkt weinig te veranderen; verandering wordt opgeofferd aan het compromis. Centrum-links en centrum-rechts lijken wel inwisselbaar; Verhofstadt toont zich een Blair-socialist en di Rupo heeft liberale trekjes. Ook het gevoel dat hun stem er niet echt toe doet, drijft velen naar de N-VA.

Interessant is dat er enerzjds opgeroepen wordt om de burger meer te betrekken bij de politiek, om de beruchte kloof te dichten, maar dat dat blijkbaar het gevaar inhoudt dat deze burger de verkeerde leiders volgt. Daarin volgt de betoogtrant van Albert II de idee dat het denkvermogen van deze burger niet mag overschat worden, wat past is de platonische traditie van aristocratisch leiderschap. Dat werd later ook omschreven als verlicht despotisme: alles voor, niets door het volk.

We naderen de pijnlijke zenuw van ons staatsbestel: de merites en zwakheden van onze democratie, ofwel: weet de massa wel wat goed voor hen is?

Sinds de opkomst van NVA in Vlaanderen lijkt vooral de politiek correcte linkerzijde de conclusie getrokken te hebben dat de burger zich vergist heeft, maar het is niet zijn schuld - hij wordt misleid door populisten. Een woordvoerder van deze doctrine is Guy Verhofstadt, maar inhoudelijk maakt hij niet veel indruk.  In die zin staat populisme tegenover verlicht despotisme. Wie waarschuwt tegen populisme, heeft weinig vertrouwen in zowel het oordeelvermogen van de modale burger (die misleid wordt wanneer een verdachte partij succesrijk wordt) als in de stevigheid van onze democratische instellingen. Het is een ongemakkelijke keuze.

Dat de term populsime vooral aan de N-VA lijkt te kleven, hebben de drie partijen én de koning dan ook grotendeels aan zichzelf te danken. Maar voor een deftig debat over dit onderwerp zou men duidelijk moeten maken hoe men populisme definieert.

_____________________

TOT SLOT:

In de Encarta-edite van Winkler Prins is het lemma Populisme sterk ingekort, maar wel geactualiseerd:

populisme,
politieke traditie die vooral in Latijns-Amerika gangbaar is, maar ook Europese en Noord-Amerikaanse bewegingen zoals het nazisme en McCarthyisme worden wel populistisch genoemd. De essentie van populisme is dat het grote groepen van de armere sectoren van de maatschappij mobiliseert tegen de bestaande staatsinstituties, veelal onder de leiding van een charismatisch leider.

Populisme heeft in het algemeen geen duidelijke ideologie, maar is meestal een samenraapsel van houdingen en waarden die als doel hebben de woede en energie van de massa tegen de bestaande regering te richten, waarbij het niet noodzakelijk is dat de leiders concrete beloften doen over mogelijke hervormingen.

Een bekende naoorlogse populistische leider was Juan Perón (Argentinië). In Nederland had Pim Fortuyn sterk populistische trekken.

(*) Interessant is wat Chamberlain precies zei op 30 semptember 1938 nadat hij een conferentie in Berlijn had bijgewoond

"We, the German Führer and Chancellor, and the British Prime Minister, have had a further meeting today and are agreed in recognizing that the question of Anglo-German relations is of the first importance for two countries and for Europe.

We regard the agreement signed last night and the Anglo-German Naval Agreement as symbolic of the desire of our two peoples never to go to war with one another again.

We are resolved that the method of consultation shall be the method adopted to deal with any other questions that may concern our two countries, and we are determined to continue our efforts to remove possible sources of difference, and thus to contribute to assure the peace of Europe."

(...)

"My good friends this is the second time in our history that there has come back from Germany to Downing Street peace with honor. I believe it is peace in our time."

Follow by Email