Immanuel Kant en de hoofddoek

Open brief aan professor Vermeersch

Geachte professor,

Bij gebrek aan een mailadres post ik deze tekst op mijn blog. Ik zoek nog wel uit hoe de boodschap u kan bereiken.
Het hoofddoekendebat intrigeert mij. Uw stellingname (om hoofddoeken in openbare functies te verbieden) intrigeert mij evenzeer.

De Standaard omschrijft het als volgt:

"De maatschappij is volgens hem [professor Vermeersch] sinds de jaren ’60 geëvolueerd naar een ‘pacificatie door secularisering’. ‘Het zou een vredevolle maatschappij ten goede komen, mocht iedereen zoveel mogelijk vermijden continu de eigen wereldbeschouwing aan de grote klok te hangen.’ Volgens hem dragen moslima’s een hoofddoek ‘onder internationale fundamentalistische invloed’ en heeft het 'deze pacificerende tendens doorbroken’.

U verklaart ook dat de hoofddoek dragen, eigenlijk geen religieuze betekenis heeft, omdat het niet ondubbelzinnig in de Koran beschreven is.

Wat ik denk, is dat hoofddoeken niet noodzakelijk wijzen op een fundamentalistische islam-ingesteldheid, maar wel op een sociaal-culturele veruiterlijking van het behoren tot een groep waarin men zijn eigenwaarde affirmatief kan uiten. Dit moet een reactie zijn op vruchteloze pogingen om - generaties lang - te integreren, om te zijn zoals wij. Dat hebben wij, autochtonen, de gastarbeiders, hun vrouwen en hun kinderen, ontzegd. Het moslimfundamentalisme is verwerpelijk (ik neem aan, ook vanuit de Koran), maar het geeft deze groep die zich defensief opstelt, een eigen identiteit. Dat hoeft inderdaad niet per se een religieuze identiteit te zijn, maar dat is wellicht het gemakkelijkste excuus om een hoofddoek te willen dragen.

Moeten wij dat, met onze Westerse ratio, afwijzen omdat men "de eigen wereldbeschouwing" beter niet aan de grote klok hangt? Ik denk niet dat we bang moeten zijn van medeburgers die een mening uiten. Alle mensen hebben waarden, meningen en overtuigingen. Soms worden deze waarden etc. zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld mensen met speldjes om uiting te geven aan hun sexuele geaardheid, of aan hun streven naar wereldvrede, of autostickers "VL". Zweedse huizen op het platteland hijsen bijvoorbeeld heel vaak de nationale vlag. Zijn ze daarom onverdraagbaar nationalistisch? De Zweden die ik ken en die de vlag hijsen, zijn dat niet.

Als we niet kunnen verbieden dat mensen eigen opvattingen en waarden hebben (Die Gedanken sind frei), moeten we dan verbieden dat ze die waarden veruiterlijken? En wanneer is deze veruiterlijking dan onaanvaardbaar? Kan een hoofddoek? Een korte baard? Een lange baard? Een Hitler-snorretje? Een speldje op de jas? Een sticker op de auto? Een T-shirt met de slogan "Eigen Volk Eerst"?

Een persoonlijke bedenking: ik word liever aan een loket geholpen door een vriendelijk meisje met een hoofddoek dan met een stuurse Vlaamse (Belgische) beamte. Vrees ik voor een partijdige behandeling wanneer ik hoor dat een loketbediende duidelijk niet Nederlandstalig is wanneer ik als Vlaming een verzoek indien? Is een leerkrachte met een hoofddoek een aanslag op "het vermoeden van neutraliteit"?

Waar ik het niet mee eens ben: een mening hebben mag, maar je mag ze niet tonen. Dat vind ik een té gemakkelijke oplossing - je pakt de symptomen aan. Iedereen die een openbaar ambt bekleedt (per uitbreiding: elke burger) is gebonden door een sociaal contract, dat gebaseerd is op de premisse dat iedereen een gelijke behandeling verdient.

Eigenlijk zijn uiterlijke tekenen een bescherming voor de gebruiker van de openbare dienstverlening. Zoals een milicien ook weet wie er tegenover hem staat door naar de sterren en strepen te kijken. Wie hoger in rang is, schop je beter niet tegen de schenen, en uiterlijke tekenen zoals in het leger maken dat zichtbaar en transparant.

Wat allemaal niet wegneemt dat ik hoofddoeken betreur als een teken van achterstelling en vrouwelijke onderwerping aan het machismo dat aan de oorsprong ligt van vele uitwassen van de islam. Het hoofddoekendebat (en de houding van vele allochtone mannen) zet de moslimmeisjes onder grote sociale druk. Boerka's zijn een aanslag op de persoonlijke waardigheid en maken normaal menselijk contact onmogelijk - zij moeten verboden worden. Hoofddoeken en boerka's zijn vooral tekenen van het verwerpen van de ideeën van de verlichting. Om bij Kant te eindigen: ze zijn een teken van het onvermogen - bewust of onbewust - om uit de onwetendheid te treden waaraan men zelf schuld heeft.

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."