Jan Decleir, wat een schitterende kop



Jan Decleir, wat een schitterende kop. Als je zo geboren bent, moét je wel acteur worden. Jan speelt de pannen van het dak, zelfs als hij er gewoon maar wat staat te staan. Jo Demeyere wist het wel: bij gebrek aan zo’n kop en postuur moet hij wel harder zijn werk doen om er te staan. En dan nog krijgt hij altijd andere rollen – de schoolmeester, of de gemene zakenman. Niks geen Dreverhaven in Karakter, geen Sil de Strandjutter, en ook geen Sinterklaas. Voor vele kinderen, waaronder mezelf, is er maar één Sint en dat is Jan. Een misstap zoals Jan Breydel in De Leeuw van Vlaanderen is hem vergeven, want dat lag niet aan hem, maar aanl regisseur Claus (wat een tenenkrullende draak van een film!)
Jan Decleir en Jan Breydel, tussen die twee komt het nooit meer goed. Deze week weigerde Jan (Decleir) een erepenning van het Vlaamse parlement. Het siert Jan dat hij aan zijn weigering geen ruchtbaarheid wou geven, maar dan zeg je niet aan een intimi die voor De Morgen werkt : “Ik moet die man niet (over Peumans). Stelletje knoeiers”.

Daarna moest hij wel enige commentaar geven. Onvermijdelijk zou zijn weigering gelinkt worden aan het huidig politiek klimaat, en aan de open en minder open aanvallen van wat ik maar gemakshalve het progressieve kamp noem, op het enge Vlaams nationalisme. (Overigens is er niet één volk dat zo masochistisch met zijn nationalisme omgaat als het Vlaamse. Dat heeft verschillende oorzaken, maar daar wil ik het nu niet over hebben.)
Jans weigering lokte dan ook te verwachten reacties uit. Enerzijds was hij een volksverrader, een elitist die op zijn volk kakt, en anderzijds een held ‘qui ose se mouiller”. Zo schreef een andere Jan: “Ik hoop dat de sporen die deze weigering zal nalaten menig Vlaming tot meer verdraagzaamheid, onbaatzuchtig handelen en denken zal aansporen.” Waw.
Jan De cleir is niet de eerste die een lintje weigert. De Beatles aanvaardden het, uit handen van the queen, maar John bedacht zich en stuurde zijn penning terug. En Woody Allen had een goed excuus om niet naar de Oscaruitreiking te moeten gaan: hij had zijn wekelijkse jig met zijn jazzbandje (Allen speelt klarinet).

Kunstenaars moeten altijd een beetje anti-establishment zijn. Maar hoe oprecht zijn die weigeringen?
Over Lennon kan je bibliotheken volschrijven. De grootste rock and roll stem aller tijden – luister maar eens naar Twist and Shout, ongeëvenaard. Niemand kon cooler zingen én kauwgummen tegelijk. Maar een echte revolutionair was hij niet. Lennon was daar te oprecht proletarisch voor, en de revolutie (toch de revoluties die wij in het westen kennen) is een zaak voor de middenklasse, voor intellectuelen, en voor mensen die de vormelijkheid zo belangrijk vinden (omdat ze dan niet te diep moeten nadenken over hun keuze). Het petje-met-ster van Che, de pijpenlurkende Sartre, de kussende Brehnzjev en Honegger, de fietsende Versteylen, dat soort dingen. Lennon had een keuze gemaakt, maar de profundus was die niet. Hij reed een tijdje met een Rolls rond (dat zal hij wel uitleggen als zijn vorm van protest – it’s a bloody pink Rolls you know), wou zo graag een Stone zijn (maar hun talent voor middle class vormelijkheid had hij niet), en hij lag onder de knoet van een wrede en koudbloedige vrouw. Arme John, je zou voor minder een writer’s block krijgen.

Aanvankelijk is zijn ambivalente houding nog oprecht. Hij durft te twijfelen. Kun je een revolutie mét geweld goedkeuren?


“But when you talk about destruction , Don't you know that you can count me out… in”, zong de twijfelaar in 1968 (de “count me in” is vooral duidelijk te horen op de trage versie van The White Album, minder in de live-versie die te zien is op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=Imb4tYOk8GE&feature=youtube_gdata).


Later werd John simpelweg melig. Imagine was eindelijk zijn grote hit, wat Yesterday was voor Paul, was Imagine voor John. Het was uiteindelijk allemaal afgevlakt tot een groot cliché. Yoko en het establishment had de artiest onderworpen.

Over Jan Decleirs weigering moeten natuurlijk niet zoveel woorden besteed worden. Het is Jan zijn goed recht, en ik kan begrijpen dat sommige mensen je minder liggen. Maar net zoals Leopold III is Jan zijn volk een uitleg verschuldigd. Want het parlement is niet de regering, het vertegenwoordigt het volk dat “deze knoeiers” verkozen heeft. Jan is onze Jan.


  • Had hij gewoon geen zin om te komen?

  • Was hij gekomen indien er een vette geldprijs aan verbonden was?

  • Zou hij het ereteken wél ontvangen hebben mocht het uitgereikt zijn geweest door een ander parlement (bijvoorbeeld het Belgische, of het Nederlandse)? Of mocht het Vlaams Parlement een andere voorzitter gehad hebben? Misschien een knappe, voor revolutionairen knap exemplaar, ik denk maar spontaan aan Freya Van Den Bossche?

  • Wou hij protesteren tegen de besparingen in de cultuursector?

  • Is het een SHAME-protest tegen de politieke impasse (verwijst zijn uitspraak “Stelletje knoeiers” daarnaar)?

  • Zou hij gekomen zijn indien er bij de parlementleden wél enkele cultuurliefhebbers zaten?

Dus Jan, zeg het eens kort en krachtig, en daarna: incident gesloten. Dan kun je je boodschap weer kwijt als de geweldige acteur die je bent.

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."