Bij de dood van een zoon

Ik kijk (bijna) nooit naar de necrologiebladzijden in De Standaard. Inderdaad, beste Guillaume, ik ben een Standaardmens, De Morgen kan mij soms (met mate) irriteren. Overlijdensberichten zijn maar interessant voor ouderen, en ik ben een vijftiger die zich in het diepst van zijn gedachten dan misschien niet een kind, maar toch onvolwassen voelt. Etre vieux sans être adulte, je kent dat wel, denk ik. Maar dit weekend werd mijn oog getrokken door een foto van een knappe jonge man in een overlijdensbericht. Those whom the gods love die young - het trekt mij steeds aan als een magneet, en het doorboort mijn hart. De school in Dunblane, Jeroen, Thijs, Jeroen, Glenn, Sophie, en nu ook, Mattias. Ze zijn mij vreemd geweest, maar, maar ... jongeren mogen niet sterven.
Toen zag ik zijn naam, Mattias Van der Stichelen, en ik zag, wist het meteen: dat is de zoon van Guillaume. Niet dat ik je ken, beste Guillaume, ik ken alleen je ideeën en overtuigingen, en ik ben het heel vaak hartsgrondig met je oneens. Maar niet met wat je vandaag in De Morgen schreef.
Behalve dit: Mensen van vroeger hadden ook verdriet, toen een geliefde heenging. Toen mijn grootvader stierf, kreeg ik nog een zwart bandje op mijn revers genaaid. Ik had toen verdriet, en ik mocht het tonen. De dood hoorde toen nog meer bij het leven dan nu, denk ik.
Hoe moet alles waar je je druk om maakte, nu futiel lijken. Woorden van troost kan ik amper geven, temeer jij mij niet kent, en ik jou niet. De schok kwam bij mij via het meest traditionele medium, de krant, en als reclameman moet je wel van de krant houden. En een foto maakt het verschil, dat weet je beter dan wie ook. Een knappe jongeling, geknakt voor hij kon openbloeien. O Death be not proud. Sterkte voor jou en de familie.
Comments
Post a Comment