Religieus tegenoffensief
Pinksteren volgens Giotto, in de Scrovegnikapel in Padua, toen kunst en geloof nog onlosmakelijk met elkaar verbonden waren en kunst nog een sociale rol vervulde. Niet geheel ten onrechte is de paus van oordeel dat het met onze maatschappij is beginnen misgaan met de renaissance, toen een evolutie op gang is gezet die de mens op gelijke voet met God plaatste.Vandaag is het Pinksteren, Pentecôte, Whitesundaytide, Sinxen
- Het was op eenen Sinxen dagh,
dat men wouden ende velden sagh,
groen staen, met lover ende gras
- Willem die Madoc maakte, situeert het begin van zijn Reynaert op Pinksteren, toen de dieren nog konden spreken. Op heel wat plaatsen in Vlaanderen wordt Pinksteren tevens Sinksen genoemd. Het is afgeleid van de Latijnse vertaling van pentekostè, namelijk quinquagesima, vijftig dagen na Pasen.
Pinksteren markeert de start van de christelijke kerk, en legt de link tussen de kerk en de woorden en daden van Jezus Christus. De apostelen zijn verward, en de Geest daalt tot hen neer tot zij ervan vervuld zijn en beginnen te spreken in vreemde talen, om het woord van God te verspreiden over heel de wereld. En dat hebben zij goed gedaan, gebruik makend van het meest effectieve marketingmiddel: mond tot mond reclame, word of mouth, wat nu weer helemaal in is met de moderne sociale media zoals Facebook, Twitter en ja, ook al eens een verloren gelopen blog.
Net nu het steeds meer duidelijk wordt dat deze link tussen de kerk en de leer van de historische Christus lang niet meer evident is, komt er een spiritueel tegenoffensief. De kerk als instituut zit in de verdrukking. Volgens verschillende filosofen, waarvan hier te lande professor Vermeersch de meest bekende is, is de kerk zoals we ze nu kennen niet het werk van Jezus de Nazareeër, maar wellicht van de intellectuele Romein Paulus, die actief werd vele jaren na de kruisdood van een predikant, en die deze dood een universele betekenis heeft gegeven.
Wie, zoals ik beroepshalve, of gewoon uit interesse, verschillende kranten volgt, zal het niet ontgaan zijn. Alain de Botton, een Zwitsers filosoof, een man met een opvallend groot voorhoofd, stond ineens in alle media. Grote artikels en interviews in De Standaard, De Morgen en in Knack Weekend, én een uitzending op Canvas. De Botton roept op tot een nieuwe spiritualiteit, want: we hebben collectief God losgelaten, maar we zijn er niet gelukkiger op geworden. Toevallig, als het toeval bestaat, kwam er een studie die aantoonde dat elke generatie depressiever wordt.
In een puur-rationele wereld is er weinig mededogen, en veel kilte; geen Maria, moeder Gods, die met zachtheid op onze mislukkingen neerkijkt, en met haar blik zegt: wie u ook bent, wat u ook doet, ik heb u lief.
Er zit veel waarde in deze gedachte. Het geloof overboord gooien houdt een groot risico in, namelijk dat men de ethiek gaat vernauwen tot jurisprudentie, en dat men het meest radicale uit het geloof negeert: alle denken en doen moet gebaseerd zijn op de liefde. Zoals Jezus de oude wet "Gij zult niet doden" radicaliseerde: "Gij zult uw naaste liefhebben zoals uzelf."
Alain de Botton is de zoon van ongodsdienstige Joodse ouders, zijn vader was zelfs een militante atheïst. Doordat zij geloof afschilderden als nonsens, maakte dat het voor hem net intrigerend. Toen hij een jaar of 25 was, maakte hij een crisis van ongeloof door. Hoe kon hij van de Bachcantates houden, en toch niet geloven? Hij vindt dat we in de hedendaagse tijd nood hebben aan rituelen, die tegelijk simpel en diepzinnig zijn: wees beleefd, heb mededogen, bemin elkaar. Zijn laatste boek heet De troost van de filosofie. Ofwel heeft zijn uitgeverij (Atlas) héél goede PR-mensen, ofwel is er net in deze verwarrende tijd nood aan zijn boodschap. Of allebei.
Of dit werk opzettelijk verwijst naar Consolatio Philosophiae van Boëthius weet ik niet, maar de gelijkenis is op zijn minst opvallend, net als het opvallend is dat geen enkel krantenartikel daarop wijst. Boëthius beschrijft het streven naar wijsheid en liefde voor God als de twee voornaamste bronnen voor menselijk geluk. Boëthius schreef dit werk rond 524, toen hij in afwachting van zijn berechting en uiteindelijke executie een jaar in de gevangenis zat. Van behoefte aan vertroosting gesproken!
Het was een in de middeleeuwen zeer populair werk. Op Wikipedia zie je een vroege druk uit de 15de eeuw, met vele handgeschilderde illustraties. Op één zie je Vrouwe Filosofie met scènes uit het dagelijkse leven in het vijftiende-eeuwse Gent.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Over_de_vertroosting_der_wijsbegeerte
Comments
Post a Comment