Van Aelst kiest verkeerde vijand
N-VA politicus Vic Van Aelst kiest de verkeerde vijand als hij beweert dat di Rupo et al het Nederlands verkrachten als zij proberen - krampachtig - de taal van Vondel te hanteren.
Als Elio en Joëlle Nederlands spreken, is het inderdaad soms moeilijk niet even te glimlachen. Maar ze doen een poging.
Ik zie twee zaken als een echte verkrachting van onze taal:
1. De minachting voor diegene die in Brussel Nederlands spreekt. "Quoi?" of "Je ne parle pas flamand" zijn twee heel vaak voorkomende reacties wanneer je in de Vlaamse hoofdstad Nederlands spreekt. Let op het woordje "flamand" - geen echte taal, veeleer een soort patois, of een boerentaaltje, waarmee men eigenlijk bedoelt: Keer naar uw dorp.
Een tijdje geleden haalde ik mijn jas af aan de vestiaire bij een receptie van de Belgisch-Chinese Kamer van Koophandel. Ik zei "alstublief" toen ik mijn nummer afgaf. Het meisje gaf me m'n jas terug en zei daarbij "s'il vous plaît". Ik kan me niet inbeelden dat ze het woordje "alstublieft" nog niet kent. Is dat een pertinente onwil om mij als Nederlandstalige te vernederen? Dat kan ik me niet inbeelden. Veeleer: Franstaligen beseffen waar het in communicatie om draait: the medium is the message. Hoe je iets zegt, is belangrijker dan wàt de zegt. Franstaligen willen niet afgaan door een taal te hanteren die ze niet (zelfs elementair) beheersen. Wie een andere taal gebruikt, zit in een nadelige positie. Dus: Elio en Joëlle verdienen onze bewondering, ook al heb ik een ander voorstel. Namelijk:
Laat elkeen in zijn taal met elkaar spreken. Meertalige discussies dus. U vraagt me iets in het Frans, en ik antwoord in het Nederlands. Iedereen gelijk! Dat vereist alleen maar een goede passieve kennis van de andere landstaal. Piece of cake.
2. De échte verkrachters van onze taal zitten bij de Vlamingen. Zij die 's 24 op 24, 7 op 7, speculoos eten, die voorstellen onderhandelen tot in de vroege uurtjes, schooljuffen die geen onderscheid kunnen maken tussen noemen of heten, TV-programma's en reclamejongens die ons willen doen geloven dat ons tussentaaltje de norm wordt ("goe gebakken"), bedrijven die kandidaten weerhouden, terwijl ze net het tegenovergestelde bedoelen, ga zo maar door.
Vic, de vijand is niet de ander - hij is onder ons. Laten we in de eerste plaats dàt bestrijden!
Als Elio en Joëlle Nederlands spreken, is het inderdaad soms moeilijk niet even te glimlachen. Maar ze doen een poging.
Ik zie twee zaken als een echte verkrachting van onze taal:
1. De minachting voor diegene die in Brussel Nederlands spreekt. "Quoi?" of "Je ne parle pas flamand" zijn twee heel vaak voorkomende reacties wanneer je in de Vlaamse hoofdstad Nederlands spreekt. Let op het woordje "flamand" - geen echte taal, veeleer een soort patois, of een boerentaaltje, waarmee men eigenlijk bedoelt: Keer naar uw dorp.
Een tijdje geleden haalde ik mijn jas af aan de vestiaire bij een receptie van de Belgisch-Chinese Kamer van Koophandel. Ik zei "alstublief" toen ik mijn nummer afgaf. Het meisje gaf me m'n jas terug en zei daarbij "s'il vous plaît". Ik kan me niet inbeelden dat ze het woordje "alstublieft" nog niet kent. Is dat een pertinente onwil om mij als Nederlandstalige te vernederen? Dat kan ik me niet inbeelden. Veeleer: Franstaligen beseffen waar het in communicatie om draait: the medium is the message. Hoe je iets zegt, is belangrijker dan wàt de zegt. Franstaligen willen niet afgaan door een taal te hanteren die ze niet (zelfs elementair) beheersen. Wie een andere taal gebruikt, zit in een nadelige positie. Dus: Elio en Joëlle verdienen onze bewondering, ook al heb ik een ander voorstel. Namelijk:
Laat elkeen in zijn taal met elkaar spreken. Meertalige discussies dus. U vraagt me iets in het Frans, en ik antwoord in het Nederlands. Iedereen gelijk! Dat vereist alleen maar een goede passieve kennis van de andere landstaal. Piece of cake.
2. De échte verkrachters van onze taal zitten bij de Vlamingen. Zij die 's 24 op 24, 7 op 7, speculoos eten, die voorstellen onderhandelen tot in de vroege uurtjes, schooljuffen die geen onderscheid kunnen maken tussen noemen of heten, TV-programma's en reclamejongens die ons willen doen geloven dat ons tussentaaltje de norm wordt ("goe gebakken"), bedrijven die kandidaten weerhouden, terwijl ze net het tegenovergestelde bedoelen, ga zo maar door.
Vic, de vijand is niet de ander - hij is onder ons. Laten we in de eerste plaats dàt bestrijden!
Comments
Post a Comment