Conservatief wordt progressief
In een column in De Standaard (23-7-2011) riep Walter Zinzen, sympathieke grumpy old man van de journalistiek, de progressieve krachten op tot verweer tegen het neo-conservatisme van - vooral - De NVA. Nu men de PVV - excuseer, VLD - zelfs als een progressieve partij begint te zien, wordt het hoog tijd om de begrippen progressief en conservatief te gaan gebruiken in hun taalkundig correcte betekenis. Dan zou men zien dat wat men nu de progressieven noemt, eigenlijk grote behoeders zijn van het status quo. En dat de neo-cons eigenlijk de samenleving grondig willen omvormen. En dus eigenlijk progressief zijn. Of toch vooruit willen, volgens hun normen dan, of je daar nu voor of tegen bent.
Links/rechts, conservatief/progressief worden holle maar geladen woorden: ze hebben geen preciese betekenis maar er wordt een grote gevoelswaarde aan verbonden. Als je het politieke spectrum gaat opdelen in een assenstelsel links/rechts als X-as en progressief (libertarian)/conservatief (authoritarian) als Y-as merk je de tekortkomingen. Als je links gelijkstelt met progressief is communisme moreel gezien beter dan fascisme, dat men conservatief noemt. Volgens mij zijn ze allebei conservatief én moreel verwerpelijk.
Een Amerikaanse liberal is in Europa veeleer een socialist, terwijl voor een Amerikaan een socialist eigenlijk een communist is.
Los van dit assenstelsel heb je ook nog een ander eigenaardig fenomeen: confessionele partijen, eigenlijk een anachronisme. En tot slot nog eens nationalisten, die bij ons de plaats lijken in te nemen van de christendemocratie en zich ontwikkelen tot volkspartijen.
Een ander woord in het discours van Zinzen dat een specifieke betekenis vraagt is: solidair. Is men solidair als deze zogenaamde solidariteit opgelegd en tegen de zin 'gegeven' wordt? Zoals in onze samenleving, waar het gros van de werkenden ongeveer de helft van zijn inkomsten afstaat aan de fiscus, c.q. de samenleving? Is iemand die voorstander is van gedwongen solidariteit dan progressief? Als dat niet gepaard gaat met een persoonlijke verantwoordelijkheid, is het veeleer een hold-up. Als ik werkloos ben, stem ik voor de socialisten, want zij bestendigen het huidige status quo van de gedwongen solidariteit waar ik als werkloze van gebruik maak. Maar als het geînstitutioanliseerd is, moet ik daar diegenen die het beter hebben, niet eens meer voor bedanken. Meer zelfs: als diegene die gedwongen solidair is, daartegen protesteert, is het een verwerpelijke conservatief. Of, volgens Zinzen, nog erger: een nationalist.
Etymologisch gaat het woord 'solidariteit' terug op het Latijnse solidus (stevig, vast; ook wel: hecht, tot een geheel maken) en het begrip solidaritas, dat zoiets betekent als 'wederkerige verantwoordelijkheid'. Nu betekent het meer: onderlinge samenhorigheid van mensen en de morele verplichting om samen te bouwen aan een betere samenleving. Het aspect 'verantwoordelijkheid' is verschoven naar een eenzijdige verplichting voor diegene die de solidariteit financiert, niet voor diegene die de solidariteit gebruikt als een vangnet.
Men heeft de neo-conservatieven ook meer dan eens verweten simplistisch te redeneren - denk maar aan het discours van Dalrymple na de rellen in Engeland, en de vele reacties daarop - hij stelt de zaken te simpel voor! Maar: hoe complex de grond van de zaak ook is, als je de zaak niet simpel kunt ontleden, klopt er iets niet aan de analyse.
Als je het Belgisch anachronisme van de verzuilde vakbonden aan de kaak stelt, ben je dan een conservatief? Of ben je dan net links/progressief in de zin van: het moet anders, het moet beter? Als je vindt dat vakbonden eigenlijk geen werkloosheidsuitkeringen moeten uitbetalen? Of dat bedrijven de vakbonden niet verplicht moeten financieren, zoals met de zogenaamde vakbondspremie?
Zinzen is volgens mij een romanticus, wiens denken uitgaat van de premisse dat nationalisme moreel verwerpelijk is. Maar: waarom kun je niet nationalist zijn, en tegelijk open en tolerant? En waarom zou nationalisme in se tegengesteld zijn aan solidariteit? Is de Belgische interpersoonlijke solidariteit niet even eng-nationalistisch, in die zin dat we soliair zijn met een dopper in Charleroi, maar niet met iemand uit Sluis, laat staan met de echte armen in Somalië? Als je kijkt hoeveel wij Belgen/Vlamingen storten op 1212, mag je gerust stellen dat het met de vrijwillige solidariteit écht slecht gesteld is.
Links/rechts, conservatief/progressief worden holle maar geladen woorden: ze hebben geen preciese betekenis maar er wordt een grote gevoelswaarde aan verbonden. Als je het politieke spectrum gaat opdelen in een assenstelsel links/rechts als X-as en progressief (libertarian)/conservatief (authoritarian) als Y-as merk je de tekortkomingen. Als je links gelijkstelt met progressief is communisme moreel gezien beter dan fascisme, dat men conservatief noemt. Volgens mij zijn ze allebei conservatief én moreel verwerpelijk.
Een Amerikaanse liberal is in Europa veeleer een socialist, terwijl voor een Amerikaan een socialist eigenlijk een communist is.
Los van dit assenstelsel heb je ook nog een ander eigenaardig fenomeen: confessionele partijen, eigenlijk een anachronisme. En tot slot nog eens nationalisten, die bij ons de plaats lijken in te nemen van de christendemocratie en zich ontwikkelen tot volkspartijen.
Een ander woord in het discours van Zinzen dat een specifieke betekenis vraagt is: solidair. Is men solidair als deze zogenaamde solidariteit opgelegd en tegen de zin 'gegeven' wordt? Zoals in onze samenleving, waar het gros van de werkenden ongeveer de helft van zijn inkomsten afstaat aan de fiscus, c.q. de samenleving? Is iemand die voorstander is van gedwongen solidariteit dan progressief? Als dat niet gepaard gaat met een persoonlijke verantwoordelijkheid, is het veeleer een hold-up. Als ik werkloos ben, stem ik voor de socialisten, want zij bestendigen het huidige status quo van de gedwongen solidariteit waar ik als werkloze van gebruik maak. Maar als het geînstitutioanliseerd is, moet ik daar diegenen die het beter hebben, niet eens meer voor bedanken. Meer zelfs: als diegene die gedwongen solidair is, daartegen protesteert, is het een verwerpelijke conservatief. Of, volgens Zinzen, nog erger: een nationalist.
Etymologisch gaat het woord 'solidariteit' terug op het Latijnse solidus (stevig, vast; ook wel: hecht, tot een geheel maken) en het begrip solidaritas, dat zoiets betekent als 'wederkerige verantwoordelijkheid'. Nu betekent het meer: onderlinge samenhorigheid van mensen en de morele verplichting om samen te bouwen aan een betere samenleving. Het aspect 'verantwoordelijkheid' is verschoven naar een eenzijdige verplichting voor diegene die de solidariteit financiert, niet voor diegene die de solidariteit gebruikt als een vangnet.
Men heeft de neo-conservatieven ook meer dan eens verweten simplistisch te redeneren - denk maar aan het discours van Dalrymple na de rellen in Engeland, en de vele reacties daarop - hij stelt de zaken te simpel voor! Maar: hoe complex de grond van de zaak ook is, als je de zaak niet simpel kunt ontleden, klopt er iets niet aan de analyse.
Als je het Belgisch anachronisme van de verzuilde vakbonden aan de kaak stelt, ben je dan een conservatief? Of ben je dan net links/progressief in de zin van: het moet anders, het moet beter? Als je vindt dat vakbonden eigenlijk geen werkloosheidsuitkeringen moeten uitbetalen? Of dat bedrijven de vakbonden niet verplicht moeten financieren, zoals met de zogenaamde vakbondspremie?
Zinzen is volgens mij een romanticus, wiens denken uitgaat van de premisse dat nationalisme moreel verwerpelijk is. Maar: waarom kun je niet nationalist zijn, en tegelijk open en tolerant? En waarom zou nationalisme in se tegengesteld zijn aan solidariteit? Is de Belgische interpersoonlijke solidariteit niet even eng-nationalistisch, in die zin dat we soliair zijn met een dopper in Charleroi, maar niet met iemand uit Sluis, laat staan met de echte armen in Somalië? Als je kijkt hoeveel wij Belgen/Vlamingen storten op 1212, mag je gerust stellen dat het met de vrijwillige solidariteit écht slecht gesteld is.
Comments
Post a Comment