We are all God now
Voor alle
duidelijkheid: ik verfoei het scheldwoord 'loser'. Toen de kinderen daarmee
thuiskwamen, kregen ze de wind van voren. Maar dit woord is populair geworden, en
daar heeft de Gentse professor psychologie Paul Verhaeghe een punt.Paul
Verhaeghe is (alweer) overal in de media. In zijn boeken is de kerngedachte: de
neoliberale maatschappij met haar prestatiedrang maakt ziek. En: hoewel we nog
nooit zoveel welvaart hadden, waren we nooit zo ongelukkig.
Maar toch
wil ik enkele kanttekeningen plaatsen, waarvan ik toch zou verwachten dat de
journalisten of interviewers dat óók zouden doen (Paul De Grauwe en Jan Denys
doen dat wél). Want wat Paul Verhaeghe zegt, kan op de duur gaan fungeren als
een self fullfilling prophecy.
Ten eerste
een skeptische noot inzake de notie dat de neo-liberale maatschappij ons ziek
maakt. De psycholoog ziet veel gestoorde patiënten (meer dan de gemiddelde
burger), en hij ziet er meer dan vroeger. Maar: is er meer ADHD dan één of twee
generatie geleden? Of ging men daar vroeger niet mee naar de dokter en zei men
gewoon: "Hij doet een beetje druk"? Bestaat ADHD wel als psychische
stoornis? Het lijkt een aannemelijke hypothese dat er vroeger veel meer mensen
last hadden van depressies, faalangst, hyperkinesie en bipolaire stoornissen,
dan er aan de oppervlakte kwamen, of in de statistieken of bij de dokter.
Ten tweede:
leven we temidden van een neo-liberale waanzin? Hoe definieert men het
neo-liberalisme? Het doet me een beetje denken aan mijn rebellentijd; toen was
alles de schuld van 'het systeem' (zeker als we ons niet de moeite deden om uit
te zoeken wat er werkelijk fout was), en dat iedereen die niet dacht zoals wij 'een
fascist' was. Verhaeghe zal het wel linken aan Thatcher en Reagan, maar mijn
oordeel is dat we eerder in een socialistische dan in een (neo-)liberale
samenleving leven. 'We are all socialists now' was een beroemde cover
van Newsweek in 2009, en dat was al een parafrase van 'We are all
Keynesians now' van Milton Friedman. Deze quote werd toegeschreven aan
Richard Nixon, en toont aan hoe gevaarlijk het is om gedeeltelijk te citeren:
in Time zei de monetarist en Nobelprijswinnaar Friedman het meer genuanceerd en
filosofisch correcter: 'In one sense, we are all Keynesians now; in
another, nobody is any longer a Keynesian'.
En: is deze overgereguleerde samenleving niet de oorzaak van veel frustratie, omdat het precies het menselijk initiatief en de persoonlijke verantwoordelijkheid weggenomen worden? ('De overheid - lees: de anderen - zullen er wel voor zorgen.')
Maar, terug
naar mijn gedachtengang: kun je beweren dat we neoliberaal zijn als meer dan de
helft van onze noeste arbeid geschonken wordt aan de gemeenschap onder de vorm
van overheidsbeslag (belastingen dus)? Kun je ondanks dat nog beweren dat er
geen solidariteit meer is? (Mijn idee: ja, want dit is gedwongen solidariteit,
en dat lijkt me een contradictio in terminis.)En: is deze overgereguleerde samenleving niet de oorzaak van veel frustratie, omdat het precies het menselijk initiatief en de persoonlijke verantwoordelijkheid weggenomen worden? ('De overheid - lees: de anderen - zullen er wel voor zorgen.')
Ten derde,
en dat is mijn grootste kritiek: Zijn we echt ongelukkig, en meer dan vroeger?
Verhaeghe veralgemeent volgens mij vanuit zijn kijkhoek als psycholoog, en er
zijn enquêtes en studies die zijn stelling tegenspreken, bijvoorbeeld volgens
de CM-geluksbarometer (2011) scoort de gemiddelde Vlaming 4,8 op 7 op een
wetenschappelijk gevalideerde geluksschaal. Zes Vlamingen op tien noemen
zichzelf gelukkig: ze scoren 5, 6 of 7 op de schaal van 1 (minst gelukkig) tot
7 (meest gelukkig). Bijna twee Vlamingen op tien halen een score van 1, 2 of 3
en beschouwen zichzelf niet als gelukkig http://www.plukjegeluk.be/
Professor
Verhaeghe trekt - en dat is positief - de aandacht op enkele relevante
problemen, zoals het ziekmakende en onbevredigende consumentisme en
materialisme, de afkalvende solidariteit en individualisering, de prestatiedrang
en de groeiende ninkomensongelijkheid - al wordt er teveel gefocust op de
extreme rijkdom van een kleine minderheid, wat toch van alle tijden is.
Wat ik mis
zijn enkele andere insteken voor deze problematiek, zoals de teloorgang van het
geloof en de kerk, en van het besef van zonde, berouw en boete (Time zou eens op de
cover kunnen zetten: 'We are all God now' - wij zijn allemaal onze
eigen God). Of het socialisme dat solidariteit inbakt in het sociale
zekerheidssysteem, en dus de echte intermenselijke solidariteit onnodig en
onmogelijk maakt. Of het socialisme dat de mensen materiële welvaart heeft
gebracht - denk aan het biefstuksocialisme van Edward Anseele - maar waar
blijft de innerlijke en morele verheffing van de doorsnee burger?
In
tegenstelling met Verhaeghes vergelijking met het verleden inzake geluk, kunnen
we wel objectief meten dat we nu gemiddeld een stuk rijker zijn dan 25 of 50
jaar geleden (te meten aan het BNP, het aantal telivisietoestellen of mobiele
telefoons, of ons reisgedrag tijdens de vakantie, bijvoorbeeld). Wat deze
evolutie niet gevolgd heeft, is de groei van innerlijke rijkdom, maturiteit en
wijsheid. Gemiddeld zijn we rijk, maar we blijven, vooral in onze eigen
hoofden, gevangen in een klassenmaatschappij, en we blijven ons daardoor
gefrustreerd voelen, terwijl het geloof en de kerk dat vroeger toedekten en
aanvaardbaar maakten. Tony Blair, eerder een neoliberaal dan een socialist in
de analyse van Verhaeghe, zei in dat verband ‘I have no time for the politics
of envy', waarmee hij Winston Churchill achterna ging (socialisme als 'the
gospel of envy').
Maar dat
laatste is, zoals de these van professor Verhaeghe, niet zo gemakkelijk
empirisch of wetenschappelijk aan te tonen. Gelukkig schrijf ik er geen boek
over.
Comments
Post a Comment