Bart De Wever en het Derde Rijk


Bart De Wever boezemt Daniël Termont en Louis Tobback angst in. Termont ziet een parallel met de jaren 30: "'Wij, wij, wij, ons, ons ons, het taaltje van de jaren '30."
Louis Tobback kijkt al wat verder in de tijd: hij is het eens met zijn Gentse collega toen die zei dat "De Wever hem zondag aan de jaren 30 deed denken. De optocht van de Zuiderkroon naar het stadhuis, omringd door mensen die zijn heiligenportret meedroegen, het herinnerde mij aan de verhalen die ze mij als kind vertelden over de gebeurtenissen in de oorlog."

De jaren 30, dan is de term 'fascisme' niet veraf. Toen ik een behoorlijk verwarde en revolutionaire tiener was, kreeg alles wat ik niet goedkeurde het label 'het systeem' of 'fascist' mee.
De intrede van De Wever lijkt niet op wat Termont of Tobback voor ogen hebben. Want we moeten terug, niet naar de oorlogsjaren van Tobback, en ook niet naar de Nürnbergmanifestaties van Termont, maar naar het sleutelmoment in het interbellum: 1933. Hitler wint democratisch de verkiezingen, en holt dan het democratisch systeem van binnenuit om een dictatoriale staat uit te bouwen. Na zijn verkiezingsoverwinning komt Hitler de straat op, op weg naar de opening van de Reichstag. Zijn tocht is zeer beheerst - hij wil tonen dat hij respectabel is, en hij stelt zich onderdanig op tegenover president Hindenburg.

Hitler vaardigt volmachten uit, en zet de democratie dan buitenspel.Het fascisme zal de komende jaren Duitsland, Europa en de wereld op de rand van de afgrond brengen.
Maar om alles wat ons niet aanstaat als fascisme te benoemen, gaat te ver.

In De Standaard van vandaag (17-10-2012) stond daar een korte en scherpe analyse over van een ULB-professor. Omdat ik geen link kan leggen naar het artikel, volgt hier de gekopieerde tekst.

KLARE TAAL

‘Het doet me denken aan de jaren dertig’, zei Daniël Termont over de toespraak van Bart De Wever. Zo’n verwijzing is maar een stap verwijderd van het woord ‘fascisme’,toch? En wat te denken van het vage gebruik van ‘confederalisme’: een woord dat alles en niets kan dekken, of juist een heel precieze lading? PIETER LAGROU en FILIP REYNTJENS waarschuwen voor ondoordachte woordkeuze en zettende puntjes op de i.  

fas-cis-me (het; o) politieke opvatting die zich kenmerkt door autoritaire gezagsuitoefening en verwerping van de democratie 
Is het fascisme terug? Wie de politieke debatten  volgt sinds die dag in april 1945 waarop Mussolini’s  lijk ondersteboven in een Essotankstation  in Milaan  werd opgehangen, zal er eerder aan twijfelen of  het ooit is weggeweest. Franco en Stalin, maar ook  Adenauer en Ulbricht, Khadaffi en Hugo Chávez, de  dienstchef van het vijfde en de turnleraar van het  zesde, ze zijn allen weleens voor fascist uitgemaakt.  Historici voeren er eindeloze debatten over. Misschien  niet over Chávez en Adenauer, wel over, bijvoorbeeld,  Franco en Pétain. De eerste was misschien  te klerikaalconservatief  om echt een fascist  te zijn, de tweede miste een eenpartijstaat. En zo  gaat dat maar door. Maar uiteindelijk is het altijd  een zinloze oefening om deze of gene te vergelijken  met het historische origineel: dat was zo grillig en  incoherent, zo vol van contradicties dat als je iemand  het label ‘fascist’ wilt opkleven, je altijd wel  iets vindt dat daarmee strookt en iets dat ermee in  tegenspraak is. 

Een van de grootste contradicties van het fascisme  was zijn capaciteit omde parlementaire democratie  te verketteren, maar ze wel handig uit te buiten om  aan de macht te komen. Om vervolgens de parlementaire  democratie van binnen uit uit te schakelen.  Het fascisme staat aldus tegelijk buiten en binnen  de democratie. Vandaar de nietaflatende  roep  om waakzaamheid. Een spook waart door Europa,  maar Marx ten spijt is het niet langer dat van het  communisme.   
Het fascisme was een historisch erg specifieke vorm  van politieke organisatie, die  zich drapeerde in een ideologisch  allegaartje. Die historisch  specifieke vorm was eigen  aan de jaren 20 tot 40 van  de vorige eeuw en zal zich als  dusdanig niet opnieuw voordoen.  De geschiedenis herhaalt  zich nooit. Niet alleen is  Bart De Wever geen fascist,  Filip Dewinter is dat ook niet  en ik kan aan meer dan één  historische fascist denken die  het niet verdient met Geert Wilders te worden vergeleken.  Wat mij, in diverse graderingen, bij de genoemde  politici verontrust, is niet de mate waarin  zij op Mussolini of enige van zijn tijdgenoten gelijken,  maar de inhoud van hun politiek programma  en de stijl van hun politieke boodschap vandaag.  Het scheldwoord fascisme is een politieke noodrem,  want in alle logica is het de voorbode van een wereldoorlog.  Wie al te snel naar de noodrem grijpt,  verliest zijn geloofwaardigheid. Hij dreigt ook de indruk  te wekken dat het aan eigentijdse argumenten  ontbreekt om hun discours te weerleggen, of aan te  tonen hoe gevaarlijk dit wel is. Een simplistisch  scheldwoord is een weinig adequate repliek op simplistische  politieke programma’s. Wie pleit voor gehoor  voor moeilijkere argumenten in het huidige  politieke debat, doet er goed aan zelf het goede  voorbeeld te geven.   

Pieter Lagrou doceert hedendaagse geschiedenis  aan de ULB. 





Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."