Ranzige rancune
Rik Torfs schreef in De Standaard (4 oktober) dat de Vlamingen rancuneus zijn. Rancune is een ingewortelde haat, een blijvende boosheid op iemand die het gevolg is van een gevoel van onrecht. Iemand heeft je slecht behandeld, en je kunt het niet vergeten en/of vergeven. Via het Oud-Frans komt het woord aanwaaien uit het latijn, waar het terug te brengen is op rancere, stinken, wat we nog herkennen in het woord ranzig. Zijn Vlamingen, meer dan andere volkeren, rancuneus? Kunnen we dergelijke individuele gevoelens projecteren op een heel volk, wetende dat de verschillen tussen individuen (binnen één sociale groep) groter zijn dan de collectieve verschillen? Moeilijk. Maar soms wil ik vraag volmondig met een 'ja' beantwoorden. Bijvoorbeeld als ik eens de bezoekers in een supermarkt 'op den buiten' observeer. We hebben ons teruggetrokken in ons welvarend walhalla van het consumentisme, maar vrolijk zijn we er niet op geworden, als ik zo die gezichten bekijk. We zijn behoorlijk lelijk ook, of beter: we hebben niet de smaak en gratie van pakweg een Italiaan. Prezzatura is ons helemaal vreemd, dat ligt niet in onze aard. Vlamingen hebben het sinds 1585 verleerd om hun eigen boontje te doppen, anders gezegd: hun lot in eigen handen te nemen. We buigen het hoofd voor vreemde overheersers, proberen er het beste van te maken. We trekken ons plan, om het in het mooiste Zuid-Nederlands of Belgische-Nederlands te zeggen.
Ludo Permentier van de UGent, de Taalunie en De Standaard, schreef er, naar aanleiding van het overlijden van Eugène Berode (die mij ooit een taaloscar wou geven!) het volgende over in 2011: "Zijn plan trekken, noemden ze dat vroeger geen gallicisme, vraagt u nu. Komt dat niet van het Franse tirer son plan? Gek dat u dat vraagt. Want als ik dit stukje in het Frans had geschreven en in Le Figaro of zo had gepubliceerd, dan zou u zeggen: tirer son plan, is dat geen neerlandisme? De uitdrukking komt namelijk niet voor in het Frans van Frankrijk. Wel in de Belgische variëteit. Ziet u de clou van dit stukje al aankomen? Zijn plan trekken/tirer son plan is niet alleen een wezenskenmerk van de Belg, het is ook taalkundig zo Belgisch als Manneke Pis. Verwondert het u dat onze vorst zich aan die plantrekkers vastklampt?" [Albert II had de uitdrukking nameijk gebezigd.] Maar ik wijk af, wat wel vaker gebeurt. We trekken dus ons plan, net als we ons nu terugtrekken in onze al even lelijke verkavelingen. Welt, geht aus, maar niet om Jezus binnen te laten, maar om alleenheerser te zijn in zijn eigen individuele kring. We hebben de Franse overheersing afgeweerd, maar het Nederlands heeft in deze strijd wel het onderspit moeten delven. Dat Vlamingen rancuneus zijn, dat vond mijn vader wel. Hij deed veel zaken 'in de Walen', waar hij koeien ging kopen op de markt van Ciney, onder andere. Hij deed handig zaken, en slaagde er soms in om op een tijdspanne van een uur een koe te kopen en meteen weer te verkopen. Zijn Vlaamse collega's grimasten groen van jaloersheid; zijn Waalse gaven hem een klopje op de schouder. "Bien fait!"

Comments
Post a Comment