Populisme of verlicht despotisme?
Koning Albert II waarschuwde
voor populisme. Het leverde pittige discussies op, met als hoogtepunten
"De koning doet zelf aan populisme" (prof. Mark Van den Wijngaert) en
"De N-VA is zeer gevaarlijk voor dit land" (Elio di Rupo).
Als we over populisme willen
discussiëren moeten we weten wat de vorst bedoelt met deze term.
Populisme heeft twee
onderscheiden, maar met elkaar verbonden aspecten:
(a) enerzijds het volk naar
de mond praten om als politicus te tonen dat je één van hen bent;
(b) anderzijds een anti-intellectuele
beweging die grote groepen van de armere sectoren van de maatschappij
mobiliseert tegen de bestaande staatsinstituties, veelal onder de leiding van
een charismatisch leider.
In beide gevallen past
populisme niet in de traditionele links-rechtsindeling.
Het zou de vorst (en de
regering) sieren mocht hij duidelijk maken wat hij verstaat onder populisme,
want deze vlag dekt vele ladingen - en velen kiezen de vlag die het best bij
hun lading past.
Letterlijk
"In de verwarde tijden
die we nu meemaken moeten we waakzaam blijven, en de populistische betoogtrant
helder doorzien. Altijd zoeken ze naar zondebokken voor de crisis, ofwel zijn
het de vreemdelingen ofwel landgenoten uit een ander landsdeel. Zulk betoog
komt vandaag vaak voor in talrijke Europese landen, ook bij ons. De crisis van
de jaren dertig en de populistische reacties die ze teweegbracht mogen niet
worden vergeten. Men heeft gezien welke rampzalige gevolgen dat voor onze
democratieën heeft betekend."
Kersttoespraak Albert II,
2012 (Bron: diverse nieuwsmedia)
Even terzijde, sommigen
vragen zich af of de vorst geen betere politieke advisieurs verdient; hij verdient
zeker betere taaladviseurs. De laatste zin is een klassieke contaminatie:
"iets betekenen" en " gevolgen hebben" wordt dan:
"gevolgen betekenen".
Hints
De kerstboodschap bevat
enkele hints naar de betekenis die de vorst wil leggen in de term: hij heeft het over een
"betoogtrant" (dus over de manier waarop de boodschap gebracht wordt)
en over "zondebokken
te zoeken voor de crisis" (wat verwijst naar aspect (b). Anderzijds
verwijst hij naar de jaren 30, een verwijzing die zeer breed wordt veroordeeld,
zij het vaak om niet principiële, dus om pragmatische redenen.
Dat lijkt erop dat
Albert II vooral denkt aan betekenis (b). Ook omdat (a) slaat op het gros van
de politici in dit land.
Iets over (a)
Het eerste aspect van
populisme vindt men aan alle zijden van het politieke spectrum en is zeer
aanvaard, meer zelfs: sommigen vinden dat er een tekort aan is. Ook al gaat het
om een vorm van volksverlakkerij, als het ware, de mensen naar de mond praten
en ondertussen je eigen (politieke) positie versterken of vasthouden aan je
eigen gelijk.
Populisme als zeggen wat
de mensen willen horen, is dat zo fout? Cultuurhistoricus David Van Reybrouck
pleitte in 2008 net voor méér populisme: populisme is niet het tegenovergestelde
van democratie, maar maakt daar deel van
uit. Ondanks zijn negatieve imago toont populisme de wil tot betrokkenheid bij
de organisatie van de democratie. "Er is niet minder, maar beter populisme
nodig (...), een populisme dat niet schreeuwt maar spreekt, een populisme dat
de noden van laaggeschoolden niet miskent, maar weigert oneliners als oplossingen
te zien; een populisme dat hoogopgeleiden niet minacht, maar hen uitnodigt tot
empathie met de rest van de samenleving." Aan de basis van het manifest
ligt de vaststelling dat in de jaren negentig de diplomademocratie de
representatiedemocratie verdrong [de meerderheid van de bevolking is laag- tot
middelmatig geschoold, maar alle politici zijn hoogopgeleid] en dat
hoogopgeleide populisten zich in die context tot een laagopgeleid kiezerskorps
richtten. (Bron: Wikipedia)
Ook dat debat leeft:
de Vlaamse culturele 'elite' en de intelligentsia (cf. de bakfietsvlaming)
tegenover de verkavelingsvlamingen. Maar dat is een ander debat.
Massa's politici
volgen deze betoogtrant, in de hoop de ondertussen beroemde kloof tussen burger
en politiek te dichten. Archetype van zo'n politicus is Herman De Croo, die
elke socio-culturele-sportieve manifestatie afschuimt 'to press the flesh', en
dat voor iemand die uit al zijn poriën probeert een ridderlijk artistokraat te
zijn die zich met veel graagte ophoudt in koninklijke kringen. Ook Jean-Luc
Dehaene is zo'n voorbeeld, die zich met verve voordoet als iemand die liefst
een pintje drinkt en lak heeft aan de loge omdat hij veel liever tussen de
massa, meer zelfs, één met de massa, supportert voor zijn Club Brugge. En dat
terwijl hij ook voorzitter was bij Dexia toen deze bank roemloos ten onder ging
aan mismanagement en ons 5% extra staatsschuld oplevert.
Voorbeelden van een
dergelijke betoogtrant zijn legio. Neem nu het drama van Ford Genk. Je scoort
als je meegaat in het populaire discours, en een zondebok zoekt, die in dit
geval gemakkelijk te vinden was: Ford zelf, of toch zeker de Europese en/of
Amerikaanse directie, gepersonaliseerd door Stephen Odell, CEO van Ford of
Europe. Weinig politici hadden de moed om tegen het sentiment du jour in te
gaan, door bijvoorbeeld te beklemtonen dat Ford al decennialang welvaart
gecreëerd heeft voor Vlaanderen en België. Of dat een bedrijf het recht (en
zelfs de plicht) heeft om te investeren maar ook om indien nodig fabrieken te
sluiten in het belang van de aandeelhouders. De bewonderenswaardige Myriam
Kitir, vakbondsafgevaardigde en parlementslid, verwoordde ook dit populistische
sentiment door de vraag aan de premier te stellen: "En nu?" Waarmee
het toch al sterk aanwezige gevoel versterkt wordt dat iemand anders (de
gemeenschap/de overheid) voor oplossingen moet zorgen, terwijl het meest
logische antwoord zou zijn: "En nu? Ander werk zoeken."
Op de Vlaamse parlementsbanken
viel nog een andere opvallende populistische betoogtrant te horen. Ik luisterde
naar Villa Politica, wat niet mijn gewoonte is, want ik ben geen politiek
kenner. Daar hoorde ik twee vrouwen ter linkerijde (Mia De Vits en Marleen
Temmerman, beide SP.A) heel heftig peroreren: "En het is niet omdat de
loonkosten te hoog zijn." Kijk, dat leek me nu een mooi voorbeeld van
perfide populisme: de massa naar de mond praten met een populaire uitspraak met
diepgaande consequenties en tezelfdertijd een vals discours voeden (niemand
beweert dat de mensen te veel verdienen, maar ook bij de SP.A weet men dat
dezelfde mensen veel te veel kosten aan diegene die de loonkosten moet betalen).
Het mooiste voorbeeld van
dit soort populisme moet wel Guy Mathot zijn, die zijn achterban wijsmaakte dat
het begrotingstekort wel vanzelf zou weggaan (als Wikiquote juist is: "La
dette publique, on ne sait pas comment elle est arrivée, mais elle disparaîtra
d'elle-même".
Kenmerkend voor (a) is
een simplistische redenering, die gemakkelijk te vatten is voor dat deel van
het electoraat dat eerder valt voor leuzen dan voor een intellectueel debat. Een
ander kenmerk is dat men de bevolking sust: we zijn goed bezig. In elk geval
getuigt het niet van grote politieke moed.
En nu: Een relevante vergelijking met de jaren
30
Internationaal en
historisch bekeken is de meest relevante tegenstelling die tussen Winston
Churchill en Neville Chamberlain. De een beloofde alleen maar bloed en zweet ("I
have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat" (13 mei 1940, in
zijn eerste toespraak als premier), de ander had eerder al vrede beloofd ("peace
in our time") - zie ook onderaan.
Chamberlains strategie
getuigde ongetwijfeld van wat toen breed aanvaard werd als realpolitiek: de
appeasement policy had tot doel om oorlog te vermijden door rationeel
compromissen te zoeken en de agressor tegemoet komen, om erger te voorkomen. De
Britse premier verwoordde waarschijnlijk het sentiment in een heel brede laag
van de bevolking. De onwaarschijnlijke gruwel die het Hitlerregime zou
aanrichten, was toen nog niet duidelijk. Chamberlain stond niet alleen. Ik ben
geen historicus, maar ik vermoed dat de houding van Leopold III, die ook met
Hitler ging praten, perfect in deze
tijdsgeest paste.
Uit deze voorbeelden moge blijken dat
'populistisch' de andere zijde is van 'populair', maar geklasseerd wordt als
gevaarlijk wegens al te simplistisch. Beide woorden gaan trouwens terug op
dezelfde basis: populus = volk. Veel stof doet dit doorgaans niet opwaaien,
tenzij het gelinkt wordt met eng nationalisme en met de uitwassen ervan -
wanneer men populaire kreten de wereld instuurt die een bepaalde
bevolkingsgroep stigmatiseren. Een groot deel van het discours van het Vlaams
Belang valt onder deze catergorie. Het VB stelt zich duidelijk en onbeschaamd
populistisch op: ze beweren dat zij zeggen 'wat u denkt', en dus wat de andere
partijen, en het hele socio-politieke organisatieveld u verzwijgt.
Hier wordt het interessant.
In het begin van de jaren 80, dus vóór de opkomst van extreem rechts in
Vlaanderen, Nederland en Europa, werd populisme eerder gelinkt aan het
Argentinië van Juan Peron dan aan het nationaal-socialisme van Duitsland in de
jaren 30. Populisme, zo schreef professor B.J.S. Hoetjens in deel 18,
"laat zich moeilijk onderbrengen in een links-rechtsindeling." Meer
zelfs: "Sinds de jaren 60 werd populisme onderdeel van het socialistische
gedachtengoed."
De klassieke populist is de
momenteel erg zieke Hugo Chavez van Venezuela: een charismatische leider die
graag tegenstanders schoffeert en beweert het volk te vertegenwoordigen, met
een zwart-wit-vijandbeeld (de rijken, de VS).
Wie het schoentje past
De Rupo en vele anderen
zeiden bij herhaling dat de koning niemand in het bijzonder viseerde. Dat is
een louter formeel en niet erg moedig argument. Bart De Wever vond het
schoentje eerst niet passen en voelde zich niet aangesproken. Dat getuigde van
wijsheid, maar later, wellicht onder druk van zijn achterban, kon hij het toch
niet nalaten om te scoren nadat de tegenpartij de bal niet wegkreeg uit de
doelzone (om Walter Pauli te citeren die in Knack een inhoudelijk zwakke
analyse gaf - wat zou Van Cauwelaert geschreven hebben?)
Als de koning waarschuwt
voor populisme en de jaren 30 moet hij toch iemand voor ogen hebben, en het zal
toch wel het verschrompelende Vlaams Belang zijn neem ik aan? Hetzelfde geldt
voor Jean-Marie De Decker. Wellicht ging het ook niet over de PS, die toch ook
opkomt voor het eigen volk en graag Vlaanderen als boeman neerzet. Maar de N-VA heeft het ook wel wat gezocht.
Een partij die bij de gemeenteraads- en provinciale verkiezingen bijna overal de
magische kaap van 20 procent ruimschoots heeft overschreden, niet langer onbeduidend
is. De vox populi ging duidelijk naar de N-VA, hoewel aan de andere kant van de
taalgrens de PS dat nog meer kan claimen. En ook de PS profileert zich als een
volkspartij.
De verwijzing naar de jaren
30 spruit ongetwijfeld voort uit de overwinningsmars op het Antwerpse stadhuis
van de N-VA. Daniël Termont en Louis Tobback deed dat denken aan de jaren 30,
en mij eigenlijk ook, al was de vergelijking zeer oppervlakking. Geen blije,
uitzinnige vreugde bij De Wever, die met zijn kilo's ook veel van zijn humor
verloren lijkt te zijn; wel een ernstig en gedreven blik, het oog gefixeerd op
één doel: Antwerpen opnieuw innemen, en van daaruit de rest van Vlaanderen in
2014. De Wever zei achteraf dat dit allemaal wel gepland was, maar ook dat het
niet werd wat hij wou, ook door enkele persoonlijke uitschuivers. Het
vergelijken met Kristalnacht gaat
natuurlijk te ver.
Na de verkiezingen schreef
ik:
De jaren 30, dan is de term
'fascisme' niet veraf. Toen ik een behoorlijk verwarde en revolutionaire tiener
was, kreeg alles wat ik niet goedkeurde het label 'het systeem' of 'fascistisch'
mee. De intrede van De Wever lijkt niet op wat Termont of Tobback voor ogen
hebben. Want we moeten terug, niet naar de oorlogsjaren van Tobback, en ook
niet naar de Nürnbergmanifestaties van Termont, maar naar het sleutelmoment in
het interbellum: 1933. Hitler wint democratisch de verkiezingen, en holt dan
het democratisch systeem van binnenuit om een dictatoriale staat uit te bouwen.
Na zijn verkiezingsoverwinning komt Hitler de straat op, op weg naar de opening
van de Reichstag. Zijn tocht is zeer beheerst - hij wil tonen dat hij
respectabel is, en hij stelt zich onderdanig op tegenover president Hindenburg.
Hitler vaardigt volmachten uit, en zet de democratie dan buitenspel.Het
fascisme zal de komende jaren Duitsland, Europa en de wereld op de rand van de
afgrond brengen.
Bart De Wever vertoont
populistische kenmerken - het gebruik van oneliners bijvoorbeeld, en zijn
sterke, soms meedogenloze debatstijl. Maar hij is ook een intellectueel. Laatst verwees hij in een opiniestuk
(Afbreken om op te bouwen) in De Standaard naar Louis Paul Boon, Max Weber,
Friedrich Nietzsche, Richard Wagner, E.T.A. Hoffmann om uit te komen op Heinrich
Heine. Op het einde wist je niet meer waar hij begonnen was, en vroeg je je af
of het geen parodie was.
Hij doet ogenschijnlijk ook
geen moeite om populair te zijn, en ook dat maakt hem aantrekkelijk.
Hij wordt ook gezien als een
gevaar voor de gevestigde orde en 's lands instellingen, van het ACW tot de
monarchie. De drie traditionele families regeren al zo lang, dat ze de indruk
geven dat de democratie er niet zoveel meer toe doet. Hoe de kiezer ook stemt,
het beleid lijkt weinig te veranderen; verandering wordt opgeofferd aan het
compromis. Centrum-links en centrum-rechts lijken wel inwisselbaar; Verhofstadt
toont zich een Blair-socialist en di Rupo heeft liberale trekjes. Ook het
gevoel dat hun stem er niet echt toe doet, drijft velen naar de N-VA.
Interessant is dat er
enerzjds opgeroepen wordt om de burger meer te betrekken bij de politiek, om de
beruchte kloof te dichten, maar dat dat blijkbaar het gevaar inhoudt dat deze
burger de verkeerde leiders volgt. Daarin volgt de betoogtrant van Albert II de
idee dat het denkvermogen van deze burger niet mag overschat worden, wat past
is de platonische traditie van aristocratisch leiderschap. Dat werd later ook
omschreven als verlicht despotisme: alles voor, niets door het volk.
We naderen de pijnlijke
zenuw van ons staatsbestel: de merites en zwakheden van onze democratie, ofwel:
weet de massa wel wat goed voor hen is?
Sinds de opkomst van NVA in
Vlaanderen lijkt vooral de politiek correcte linkerzijde de conclusie getrokken
te hebben dat de burger zich vergist heeft, maar het is niet zijn schuld - hij
wordt misleid door populisten. Een woordvoerder van deze doctrine is Guy
Verhofstadt, maar inhoudelijk maakt hij niet veel indruk. In die zin staat populisme tegenover verlicht
despotisme. Wie waarschuwt tegen populisme, heeft weinig vertrouwen in zowel
het oordeelvermogen van de modale burger (die misleid wordt wanneer een
verdachte partij succesrijk wordt) als in de stevigheid van onze democratische
instellingen. Het is een ongemakkelijke keuze.
Dat de term populsime vooral
aan de N-VA lijkt te kleven, hebben de drie partijen én de koning dan ook
grotendeels aan zichzelf te danken. Maar voor een deftig debat over dit
onderwerp zou men duidelijk moeten maken hoe men populisme definieert.
_____________________
TOT SLOT:
In de Encarta-edite van
Winkler Prins is het lemma Populisme sterk ingekort, maar wel geactualiseerd:
populisme,
politieke traditie die vooral in Latijns-Amerika gangbaar is, maar ook Europese en Noord-Amerikaanse bewegingen zoals het nazisme en McCarthyisme worden wel populistisch genoemd. De essentie van populisme is dat het grote groepen van de armere sectoren van de maatschappij mobiliseert tegen de bestaande staatsinstituties, veelal onder de leiding van een charismatisch leider.
politieke traditie die vooral in Latijns-Amerika gangbaar is, maar ook Europese en Noord-Amerikaanse bewegingen zoals het nazisme en McCarthyisme worden wel populistisch genoemd. De essentie van populisme is dat het grote groepen van de armere sectoren van de maatschappij mobiliseert tegen de bestaande staatsinstituties, veelal onder de leiding van een charismatisch leider.
Populisme heeft in het
algemeen geen duidelijke ideologie, maar is meestal een samenraapsel van houdingen
en waarden die als doel hebben de woede en energie van de massa tegen de
bestaande regering te richten, waarbij het niet noodzakelijk is dat de leiders
concrete beloften doen over mogelijke hervormingen.
Een bekende naoorlogse
populistische leider was Juan Perón (Argentinië). In Nederland had Pim Fortuyn
sterk populistische trekken.
(*) Interessant is wat
Chamberlain precies zei op 30 semptember 1938 nadat hij een conferentie in
Berlijn had bijgewoond
"We, the German Führer and Chancellor, and the British Prime
Minister, have had a further meeting today and are agreed in recognizing that
the question of Anglo-German relations is of the first importance for two
countries and for Europe.
We regard the agreement signed last night and the Anglo-German Naval
Agreement as symbolic of the desire of our two peoples never to go to war with one
another again.
We are resolved that the method of consultation shall be the method
adopted to deal with any other questions that may concern our two countries,
and we are determined to continue our efforts to remove possible sources of
difference, and thus to contribute to assure the peace of Europe."
(...)
"My good friends this is the second time in our history that there
has come back from Germany to Downing Street peace with honor. I believe it is peace in our
time."
Comments
Post a Comment