Caravaggio, Rembrandt en Van Dyck - in de Pinacoteca di Brera


Pinacoteca di Brera in Milaan

Ik hou van musea, en van de uitdaging om in een beperkte tijdspanne de essentie van een museum te vatten. In Milaan ging ik op mijn eentje naar de Pinacoteca di Brera, gehuisvest in een prachtig palazzo met een binnenplein. Ik ging er vooral om Caravaggio's Emmausgangers te zien, niet alleen omdat het zo'n ontroerend bijbelverhaal is, maar ook omdat het een schitterend kunstwerk is, met een ingetogen Jezus, geschilderd met de zo typerende clair-obscur van de kunstenaar (1571-1610). Hij schilderde dit werk 4 jaar voor zijn dood. Caravaggio was een heethoofd met neiging tot zelfdestructie en hij kwam in Rome voortdurend in aanvaring met justitie. Uiteindelijk vluchtte hij in 1606 Rome uit nadat hij zijn tegenstander in een zwaardgevecht had gedood ter verdediging van een vrouw. (Wikipedia)



Maar, driewerf helaas, het schilderij was uitgeleend. Niet getreurd - het museum had ook nog een Rembrandt, een Van Dyck en verschillende Modigiani's, die ook al een 'vaut le voyage' verdienen. Misschien was de duivel ermee gemoeid, want net die zalen waren om een duistere reden met een touw afgesloten. Een vriendelijke museumwachter wees me wel aan waar de Modigliani hing, en als ik me ver voorover boog over het koord, kon er nog een glimp van opvangen. De Rembrandt (portret van een jonge vrouw) en een schitterende Van Dyck (vaak zoveel beter dan Rubens) - een portret van Amelia Solms - kon ik alleen maar van ver zien.


Maar zoals het vaak met een museumbezoek gaat, zit de verrukking vaak in de verrassing. Zoals een baanbrekend werk van Mantegna uit de tweede helft van de vijftiende eeuw, met een realistische dode Christus in een revolutionair verkort perspectief. Een subtiele Raffaello. Een groot schilderij van Piero della Fransesca, meteen herkenbaar dankzij de hakenneus van de hertog van Urbino.

En, op het einde van mijn rondgang, een schilderij van rond de vorige eeuwwisseling, dat een onbewuste schok van herkenning gaf: Il Quarto Stato van Giuseppe Pellizza da Volpedo in 1901. Het stelt een groep stakers voor, en het werd gebruikt in de eindgeneriek van de film Novecento, een sociaal drama van Bertolucci. Er bestaan twee versies van, één in het Museo del Novecento, en één (dit dus), in Brera, wat een oudere versie is. De staking, of de mars van de protesterende werkers, is weergegeven in een vibrerend licht, met vooral geelbruine tinten, en van de groep gaat een grote waardigheid uit.


Volpedo: de tweede versie in het Museo del Novecento

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."