Asperges



Ik zou het niet meer doen - commentaar geven op meningen van anderen. Maar na lectuur van de column van Oscar van den Boogaard in De Standaard van 10 december kan ik het niet nalaten. Lezen, die column!

Ja, ik ook ken iemand die steevast 'bouillabèze' zegt. En ja, soms spreek ik 'comparable' niet uit zoals het hoort (met de klemtoon op COM), maar comPArable, omdat ik weet dat mijn gesprekspartners anders de wenkbrauwen zouden fronsen. 
Maar verder: hoed af voor de wijsheid van de moeder van van den Boogaard, en voor die van van den Boogaard zelf. Blijf bouillabaiSSe zeggen. En DuraS. Vergeet ook Saint-SaënS niet. Blijf soepel, maar nooit slap. Blijf reageren op normvervaging.
Ik zal eraan denken. Als iemand het heeft over een 'wagen', reageer ik (soms) - Wat zeg je: Morgen ga ik mijn wagen wassen? Of: Morgen ga ik mijn auto wassen. Wagen, wat een bekakt Vlaams woord.
Dat zijn de onschuldige voorbeelden. Meer een zaak van taalonzekerheid dan van normvervaging.
Maar nee, ik ben niet van plan om asperges met de hand te eten. Zeker niet als ze 'à la flamande' zijn klaargemaakt. Alle respect voor etikette, als het niet klopt volgens mij, dan klopt het niet.

De foute bouillabaisse
10/12/2013 | De Standaard
Oscar van den Boogaard is schrijver en artistiek directeur van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Gent

http://www.standaard.be/cnt/dmf20131209_00879689

Wat ik van mijn Nederlandse moeder kreeg ingelepeld: geen wagen maar een auto, geen pilsje maar een biertje, geen boeket maar een bos, geen ­bonbons maar chocolaatjes, niet op wintersport gaan maar skiën, niet ‘ik studeer rechten’ maar ‘ik doe rechten’, niet ‘we gaan op vakantie’ maar ‘we gaan op reis’. De lijst van woorden die juist wel of juist niet gebruikt mochten worden, was lang. Soms trok ze en vies gezicht omdat ik gebakje had gezegd en niet taartje.

Een andere opdracht: praat nóóit over geld, statussymbolen heb je niet nodig, en je hoeft niemand te worden want je bent al iemand. Zonder dat ooit met zoveel woorden te zeggen, probeerde ze haar kinderen te leren wat haar ouders haar ook hadden bijgebracht. Het verschil tussen ons soort mensen en de rest van de mensheid.

Sinds ik in België woon, weet ik hoe relatief taal is (ook ons-soort-mensen rijden hier met ‘de wagen’) en dat beschaving niets met milieu te maken heeft. Bovendien heb ik door introspectie geleerd dat een ogenschijnlijk ‘keurige’ familie als de mijne van binnen door en door asociaal kan zijn. En ik weet dat milieus sowieso gevangenissen zijn en dat je je er maar beter zo snel mogelijk van kunt losmaken. Het gaat bij de mens om innerlijke beschaving en niet over uiterlijke. En bij taal om de intentie en niet de vorm. Foute mensen en foute woorden bestaan niet!

En toch, ik ben gevoeliger voor een foute uitspraak dan ik zou willen. Gisteren wilde ik in een restaurant een bouillabaisse (uitspraak: bouillabès) bestellen en toen de kelner aan onze tafel kwam staan, dacht ik: daar gaan we weer. En inderdaad, toen ik de bouillabaisse met slisssende s had besteld, herhaalde hij: ‘Dus u wilt een bouillabèze.’

Ik zei: ‘Inderdaad, een bouillabaisse.’ Waarop hij, corrigerend: ‘Nee, ­mijnheer, een bouillabèze.’

Het is iedere keer hetzelfde met die bouillabaisse. De vorige keer dat ik het in een ander restaurant bestelde, zei de vrouw van de kok lachend dat ze wel kon horen dat ik uit Nederland kwam en dat het een bouillabèze is. Toen brak mijn klomp! Ik riep: ‘Ik heb lang in Zuid-Frankrijk gewoond en ik weet dondersgoed dat het een bouillabès is! Stik in uw bouillabèèèèèze!’

Zij antwoordde kortaf: En stikt u in uw bouillabès.’

Nog zo’n gevoeligheid: Marguerite ­Duras. Het is mijn lievelingsschrijfster, dus af en toe komt haar naam wel eens over mijn lippen. Hoe vaak ik niet wordt verbeterd dat het ­Marguerite Durà is, niet Marguerite Duras. Vaak krijg ik als ik haar naam uitspreek ook te horen: ‘Zo heet ze misschien in Nederland!’

Ik betrap me erop dat ik het op den duur fout begin te zeggen, ik slik de ‘s’ van Duras in om niet steeds gecorrigeerd te worden. Hypercorrectie heet dat. Iets fout zeggen, omdat het goed zeggen fout klinkt.

Het schijnt dat koningin Juliana zo goed opgevoed was dat ze tijdens officiële diners de slechte tafelmanieren van haar gasten overnam om hen niet in verlegenheid te brengen. Zo zou ze wel eens asperges met haar vork en mes hebben gegeten om haar tafelgenoten die dat deden niet te bruskeren, terwijl je eigenlijk asperges behoort te eten met je vork en vingers. Je neemt de asperge met de linkerhand bij het onderste uiteinde en houdt de vork in je rechterhand onder het kopje. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen die met de koningin aan tafel zitten en die etiquette wel kennen, toch plotseling beginnen te twijfelen of ze wel met hun vingers mogen eten.

Bouillabaisse, Marguerite Duras en asperges eten met mes en vork zijn onschuldige voorbeelden. Maar hypercorrectie en normvervaging kunnen op een zorgelijke manier hand in hand gaan. Als een vrouw in bepaalde buurten een lange broek draagt en geen kort rokje, omdat ze geen zin heeft voor hoer uitgescholden te worden. Als een homoseksueel de hand van zijn vriend niet durft vast te houden, omdat hij bang is voor commentaar. Als je niet aan een jongen in de trein die met zijn voeten op de bank zit, zegt dat hij ze eraf moet halen, maar doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is.


Mensen moeten voor zichzelf opkomen en elkaar waar nodig corrigeren en opvoeden. En in dat geval niet bang zijn om voor politie-agent, leraar of zedenprediker te worden uitgemaakt. Mijn vader leerde me om soepel te zijn, maar nooit slap. Fouten van anderen overnemen om een conflict te vermijden, is het domste wat een mens kan doen.

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."