Ben jij hoogmoedig genoeg om je nederig te noemen?
Ooit... Ooit wil ik eens een boek schrijven over Romaanse kerken. Niet omdat ik een cultuurhistoricus ben, maar omdat ik van de sfeer van die kerken hou. En het is een pluspunt dat het een boeiende reis zou inhouden naar alle Europese landen waar je deze bouwwerken vindt.
Kleine ramen, donker, ingetogen, en getuigend van een wereldbeeld waar de mens zijn plaats nog kent in het universum, dat op dat ogenblik nog beheerst wordt door God. Met de gotiek werd het anders. De gotiek behoort nog tot de middeleeuwen, maar je merkt dat de omslag naar de renaissance al werd ingezet. Alles moest groter, hoger, nog meer exuberant. Als lofbetuiging aan God, maar evenzeer aan zichzelf.
En met de echte renaissance kwam de mens al helemaal op de voorgrond. Het geloof domineerde de samenleving nog, maar de mens begon zijn ware gelaat te tonen: het centrum van het universum.
In de late middeleeuwen, schreef Huizinga, was dé zonde hoogmoed; de pre-gotische tijd daarentegen was de tijd van de deemoed en de nederigheid. Althans, dat deduceer ik uit de Romaanse kerken dei ik zag.
Nederigheid is vandaag uit. Draai maar eens de TV open - iedereen vindt zichzelf zo geweldig. Laatst zag ik een student in gesprek met Guy Verhofstadt. Ik zag het hem zo denken - kijk eens hoe complexloos geweldig ik ben, hoe ik hier in de studio mijn visie op Europa verkondig (die niet veel verder reikte dan het niet moeten tonen van de identiteitskaart aan de landgrenzen). Ik zie veel jongeren zo, vol van zichzelf, door hun ouders op een voetstuk geplaatst.
Daarom hield ik van het artikel in De Standaard: "De meest miskende deugd" (28 januari), overgenomen van NRC Handelsblad; auteur: Ellen De Bruin.
"Nederigheid is niet hetzelfde als gebrek aan zelfvertrouwen. De nederige mens kent zichzelf en staat open voor nieuwe inzichten. En hij is niet bang om af te gaan. Een gezond, robuust zelfvertrouwen is een kenmerk van nederigheid.
De andere kenmerken zijn: de eigen fouten onder ogen zien, openstaan voor nieuwe informatie, gericht zijn op anderen en iedereen gelijkwaardig achten.
"Wie nederig is, heeft om te beginnen een ‘kalm, accepterend zelfbeeld’ dat niet overgevoelig is voor bedreigingen van het ego (...) Te weinig zelfvertrouwen is geen kenmerk van nederigheid, maar van depressie. En te veel zelfvertrouwen, of erger nog, een wiebelig zelfbeeld, is eerder een kenmerk van narcisme – in veel opzichten het tegendeel van nederigheid. Het ego van narcisten is heel gemakkelijk te kwetsen, en ze zoeken dan ook voortdurend reparerende bevestiging.
Narcisten hebben ook geen duidelijk beeld van hun goede en slechte eigenschappen. Ze blazen hun positieve eigenschappen op en geven anderen de schuld van hun fouten. Dit in tegenstelling tot nederige mensen, die zichzelf goed kennen en zelf de verantwoordelijkheid nemen als ze dingen verkeerd doen.
Wat daarbij helpt is de derde eigenschap van nederige mensen: dat ze openstaan voor nieuwe inzichten, zowel over zichzelf als over de wereld om hen heen. Ze maken zich er geen zorgen over dat ze misschien afgaan – en mede doordat ze die stress niet hebben, leren ze beter.
En, punt vier, omdat ze hun eigen ego niet zo sterk hoeven op te poetsen, hebben ze ruimte in hun geest om oprecht blij te zijn als het goed gaat met andere mensen. (...) Zowel narcisten als depressieve mensen zijn juist wel voortdurend met zichzelf bezig.Tot slot vinden nederige mensen dat iedereen dezelfde intrinsieke waarde heeft. We zijn allemaal gelijk, niemand is beter dan een ander."

Comments
Post a Comment