Brief aan Michiel Hendryckx

"Ik herinner me dat ik voor de opname op mijn knieën ben gaan zitten. Het standpunt van de bewonderaar die ik altijd geweest ben."


Beste Michiel,

Ik ben zo vrij om je te tutoyeren en met de voornaam aan te spreken. We hebben elkaar eeuwen geleden als eens ontmoet, en ik vond je de beste fotograaf in Gent, zoniet ter wereld. En je columns in De Standaard Magazine behoren tot het mooiste wat dat magazine te bieden heeft. Ze geven me de indruk dat ik je ken en kan waarderen.
Maar wat je schreef over Jan Hoet zaliger is onthutsend. Een ander woord kan ik niet voor bedenken - onthutsend.
Ze noemen Jan Hoet een 'kunstpaus'. Bijna heilig. Ik heb nooit gehouden van het dogma van de onfeilbaarheid van de paus. Hoe meer men iemand ophemelt, hoe argwanender ik word. Niet omdat Jan Hoet nu dood is, want ja, over de doden niets dan goeds. Maar bij leven vond ik hem toch een beetje een klozegust, vergelijkbaar met Eddy Wally, alleen minder onschuldig. Die vergelijking zou hij wel zien zitten, denk ik. Zijn geflirt met Paola, zijn ijdelheid, en zijn soms oeverloos gezwets, een mens zou voor minder van zijn voetstuk vallen. Ik begrijp dat je een groot bewonderaar bent, zo las ik in De Standaard. Maar de oorsprong van deze bewondering is hoogst merkwaardig.

Een onderwijzeres was haar klas aan het rondleiden tussen de oude kunst. Plots zei de vrouw tegen haar leerlingen: ‘En nu gaan we nog even kijken naar wat men tegenwoordig ook kunst durft te noemen’. Jan en ik konden onze oren niet geloven en volgden discreet de klas.
We hoorden een onvoorstelbare scheldtirade tegen de hedendaagse kunst. Hoet liet de onderwijzeres even begaan en sprong dan uit zijn vel. Greep de vrouw letterlijk bij haar kraag en sleurde ze de museumzalen door. De klas volgde in paniek. Een paar kinderen begonnen te wenen. Toen Hoet de vrouw van de trappen voor het museum had gegooid, stond de hele klas luid te huilen rond de juf. Sinds die dag ben ik echt gaan houden van de man. In de buurt van Jan Hoet komen, was het betreden van een leven in superlatieven.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140227_01002378

Je beseft het misschien niet, maar je tekent Hoet wel als een hautaine en arrogante ... wel ja, als een heuse kunstpaus. Wie zondigt, wordt geëxcommuniceerd. Een paus dan uit de tijd van de inquisitie. Ben je het niet eens met zijn visie? Eruit! Ben je een simpele schooljuf die niet kan tippen aan het oneindige inzicht van De Visionaire Kenner? Weg! 

Wat ik liever had gezien, is een dialoog tussen Hoet en de juf. Waarom vond ze dat een rek met goederen van Joseph Beuys geen kunst was? Wat vinden de kinderen? Wat is kunst? Waarom is Borremans zo groot als Van Eyck? Waarom is hij zoveel beter dan Tuymans? kijk eens naar de Bosch in het Museum, en dan naar de modernen - wat is het verschil, en wat zijn de gelijkenissen?

 

Bosch versus Beuys - wat een mooie discussie liet Hoet hier liggen! Michiel Hendryckx situeert zijn scène wellicht in de jaren 80, toen deze confrontatie mogelijk moet zijn geweest. De rekken met goederen zijn actuele kunst, van de hand van Joseph Beuys. Rechts: Christus bespot van Jeroen Bosch. Hoet koos niet voor de discussie, maar voor de excommunicatie. Zoals het past bij een paus.


Hoet wou geen confrontatie van ideeën en meningen, en hij deed iets wat eigenlijk zou moeten leiden tot het oneervol ontslag van een museumdirecteur. Het leek wel alsof iemand had geroepen dat de keizer geen kleren aanhad.

Dat het precies dàt voorval is waardoor je van deze man bent gaan houden, dat gaat mijn petje te boven. Ik hoop ooit een verklaring te lezen in één van je columns.

Met achtingsvolle groet,
Mark De Mey

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."