Ben ik (g)een racist?


Zou ik zo diep in mijn ziel durven kijken om tot het besef te komen dat ik, wel misschien, een beetje, wie weet, een racist ben?

Mijn vlaag van introspectie wordt me ingegeven door de tsunami van racismeposts op de sociale media én in de kranten. Sinds onnozelaars het huis van een journalist bekladden, ergens in la Flandre profonde, komen God en klein Pierke naar buiten om te zeggen hoe erg racisme wel is. En in deze zin reken ik mezelf wel als een klein Pierke. Bah, wat een laffe daad. Maar onderhuids blijft het toch wel knagen hoor. Ik heb meer dan één column gelezen die ik erg ondermaats vond - qua stijl, qua inhoud, maar ook: om één of andere reden niet zo overtuigend of oprecht.

Het laatste relletje was de KVS die zijn commerciële samenwerking met De Morgen stopzet. Anders gezegd: ze kieperen de krant buiten als sponsor. De Morgen! Toch een baken van politiek correct denken, zozeer zelfs dat ze meer dan eens op mijn zenuwen werken. Maar de man van KVS deed meer dan dat, hij wijdde er een heel epistel aan, om te zeggen dat hij en zijn schouwburg (wat een deftig woord) zeer zeker, echt waar, nooit ofte nimmer racistisch zijn.

En dat deed me denken: durven we dat van onszelf wel te zeggen? Gide zei al dat je moet oppassen voor de mensen die de waarheid gevonden hebben - "Croyez ceux qui cherchent la véritéqui."
Zou ik een racist kunnen zijn? En toen dacht ik aan Laurent (fictieve naam), afkomstig uit Gabon (al even fictief). (Veel fictief hier, maar privacy is me dierbaar.) Laurent bestaat echt, en komt echt uit Afrika. Als iemand mij zou vragen, wie is die goedlachse steward van Club Brugge (fictieve voetbalclub), dan zou ik zeggen: het is een sympathieke neger die bij ons in de kantine werkt, als ik in een onbewaakt ogenblik niet zou gezocht hebben naar een synoniem voor het woord 'neger', hoewel een 'neger' geen 'nikker' is, en voor mij gewoon betekent: een (min of meer) heel donkerkleurige medemens, want een 'zwarte', is dat wel een koosjer woord, en betekent dat niet iets anders?

Het wordt tijd om to the point te komen. Ik durf te wedden dat er op Laurents jobomschrijving staat: "multifunctionele keukenhulp". Want dat is hij, met hart en ziel: ik zie hem soms opdienen, en neem aan dat hij achter de schermen ook afruimt en groenten schoonmaakt. Multifunctioneel dus. En altijd met die brede, Afrikaanse glimlach.
Laatst stond Laurent in de krant, omwille van zijn betrokkenheid in zijn geliefde voetbalclub, en hij stond erin met zijn functie: multifunctionele keukenhulp. Dat vond ik grappig, maar tegelijk ook geweldig: hij is blijkbaar zo trots op zijn taak, dat hij zijn functieomschrijving draagt als een eretitel. Dat zie je bij ons, autochtonen, als ik dat woord mag gebruiken, niet meer, en lap, toen dacht ik verder: ben ik nu geen racist? Wellicht wel: ik dicht (positieve) eigenschappen toe aan een heel ras, op basis van wat ik ken bij één persoon.

Als ik beweer dat 'de Belgen' (laten we het taalneutraal houden, zoals het hoort: the Belgian red devils) er niet veel van bakken als ze de favorietenrol hebben, en dat ze beter presteren als ze, als underdog, kunnen counteren, niet zelden met antivoetbal, ben ik dan niet evenzeer racistisch als een columnist die zegt dat Afrikaanse ploegen zich geen weken kunnen concentreren?

Dat de gewraakte columnist Hans Vandeweghe Serena Williams omschrijft als een 'dikke negerin', vind ik niet racistisch, alleen maar onbeleefd, hoewel ze, welja, goed in het vlees zit én zwart is. Mocht ik aan iemand als Serena een bloedhekel hebben, ik zou waarschijnlijk wel ook spreken over een dikke negerin, maar ik zou het nooit op papier zetten; behalve nu, maar dat is iets anders. Williams is een toptennisser (tennister?), die ook op persconferenties verstandig en oprecht is. 'Onze' tennismeisjes verbleken bij de zussen Williams, op het tenniscourt en in de perszone. Toen Justine Hénin haar een lelijke toer had gelapt, zei Williams iets van 'that's life'. Klasse. Als ik haar bezig zie, puffend, kreunend en wild om haar heen slaand, denk ik soms: ik kom ze liever niet tegen in het donker, want ze ziet er - op z'n zachtst gezegd - erg indrukwekkend uit. Veel meer gespierd en stevig dan dik, Hans! En dan denk ik: zou ik minder bang zijn mocht Williams een Teutoonse, Wagneriaanse walkure zijn?

Ik denk dat ik nog veel meer schrik zou hebben.

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

Liefde is de motor die me voortstuwt.