Minderwaardig


 Toen hij Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar hem toe die hem om hulp smeekte. ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’  Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio:
‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. 


Guido Meerschaut, N-VA-gemeenteraadslid en voormalig vishandelaar in Gent, zei dat er geen minderwaardige jobs zijn, maar wel minderwaardige mensen. Hij legt een zwakte van de N-VA bloot: de partij is zo snel gegroeid dat ze meer dan één, welja, onwaardige mandatarissen heeft die politiek gelijkstellen met toogpraat.

Hoewel er over de uitspraak van deze Kostunrix (Ordrealfabetix in het Frans, genuanceerd kan gedebatteerd worden, moet men ze wel veroordelen. Mensen opdelen in zij die waardig en zij die minderwaardig zijn, is niet zonder gevaar. Wie is de oordeler, en op welke grond? Veroordeelt men mensen, op basis van wat ze doen; groepen op basis van hun afkomst?
Gelukkig had de ex-vishandelaar het over individuen die moreel laakbare keuzes maken, maar zijn uitspraak doet wel op een akelige manier denken aan wat men in de eerste helft van de vorige eeuw dacht over bepaalde gemeenschappen: zigeuners, joden, negers, homo's. Zelfs de hooggestemde Camps bezondigt dit aan deze discours, toen hij VOKA ooit vergeleek met 'addergebroed'.
Wat Guido Meerschaut zei op de gemeenteraad, leek verdacht veel op cafépraat. Terwijl je van een verkozene des volks toch enig voorbeeldgedrag verwacht.

Meerschaut oordeelde op basis van wat mensen deden: iets mispeuteren waardoor ze in de gevangenis belanden, ouderen beroven, kinderen molesteren, of uit luiheid een job weigeren. (Ik heb hem niet horen zeggen dat werklozen minderwaardig zijn.)

Het probleem met mensen minderwaardig vinden, is dat het iemand beoordeelt als één en onveranderlijk. Wie ooit een kind heeft opgevoed, heeft het zo vaak gehoord. Als zoon- of dochterlief iets mispeutert, moet je zeggen:

"Wat je daar deed, was stout."


En niet: "Jij bent stout."

Je oordeelt over de daad, niet over de persoon. Jouw oordeel moet hem helpen de volgende keer de moreel betere keuze te maken.

Wie over deze discussie nadenkt, moet meteen ook zijn eigen gedrag durven beoordelen.

Vinden wij iedereen gelijkwaardig? Ik zeker niet. Medemensen die blikjes Jupiler of Red Bull achteloos weggooien, geven door deze daad blijk dat ze niet tot deze gemeenschap willen behoren, end at ze lak hebben aan hun medemensen. Wie zijn leefwereld beschouwt als een vuilnisbelt, moet niet verwonderd opkijken dat hij zelf als trash behandeld wordt. Ik zou talloze adjectieven voor dit gedrag kunnen bedenken, maar minderwaardig zou toch niet bij me opkomen. Toch is de zwerfbevuiler in mijn ogen minder waard dan iemand die netjes zijn blikje in een afvalbak gooit.

In het extreme spectrum is het gemakkelijker. De kinderen die Marc Dutroux vermoordde, zijn meer waard dan de moordenaar. Stel, in de Noordzee zijn er twee zwemmers aan het verdrinken - de studente geneeskunde Emilie Leus, en de dronken chauffeur die haar doodreed. Je kunt maar één redden - wie red je? 
Dokters moeten soms ook moeilijke keuzes maken - een nieuwe long geef je éérst aan iemand die gezond heeft geleefd, niet aan een verstokte roker.

Wie heeft er niet gehoopt dat er in de eerste wereldoorlog een mortiergranaat terechtkwam op het hoofd van kapitein Hitler?

Absurde voorbeelden, maar ze tonen aan dat het gelijkwaardigheidsprincipe niet absoluut is. Etienne Vermeersch maakte zelfs een keuze tussen twee personen die minder voor de hand lagen. Hij vond dat dr. Paul Janssen méér had gedaan voor de mensheid dan Moeder Theresia. En dus meer waarde had.
Dit alles doet ook vragen rijzen bij de doodstraf. De (socialistische) strafpleiter Piet Van Eeckhaut had het er moeilijk mee dat een moordenaar elke dag de zon ziet opkomen, de krant kan lezen en TV kijken. Hij heeft zijn slachtoffer dat recht brutaal ontzegd. Dat voelt aan als een grote ongerechtigheid. Nochtans, iemand executeren wil toch ook zeggen dat je vindt dat iemand het niet waard is om te leven.

Dichter bij ons diepste zelf, zijn er ook mensen die we verachten. Anders zou onze woordenschat de begrippen crapuul of uitschot niet bevatten. We doen dat, in het beste geval, op morele gronden, omdat we vinden dat iemand slecht is (in wezen), omdat hij slechte dingen doet. Hopelijk is dat gebaseerd op zijn daden, niet omdat hij tot een bepaalde categorie mensen behoort. En wie slechte dingen doet, kan tot inkeer komen.

Het is duidelijk dat Guido Meerschaut een pak mensen veracht, en volgens zijn uitleg is het omdat ze 'slechte dingen doen'. Het probleem is dat hij de indruk wekt dat volledige groepen veroordeeld worden tot het statuut van minderwaardige. Ook een veroordeelde of jobweigeraar kan een waardevol persoon zijn, die zijn leven kan beteren en die iets kan betekenen voor zijn medemens. Maar we moeten onszelf ook geen blaasjes wijsmaken - sommige mensen zijn meer waard dan andere. Omdat ze meer goede dingen doen. En je hoeft daar zelfs geen heilige voor te zijn. Je ontmoet ze nog elke dag.

Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."