Soms wil ik zo hard roepen "Onnozele trut!"
Het artikel hieronder zit achter de betaalmuur van De Standaard, maar is gewoon érg goed. Zit je op Facebook? Lees dan verder.
U KENT U NIET
21/06/2014 | Guinevere Claeys | dS Weekblad 1 juni 2014
"Op sociale media kunnen we onszelf vormgeven en ‘editen’ als nooit tevoren. We presenteren er ons betere en mooiere zelf aan de wereld. De zelf die we willen zijn, die we op de duur ook geloven te zijn. ‘Je sais qu’on ne peut jamais se connaître, mais seulement se raconter’, schreef Simone de Beauvoir. We kunnen onszelf niet kennen, we kunnen onszelf alleen maar vertellen. Laten we dan ineens maar een mooi verhaal verzinnen."Ik vat het kort door de bocht samen:
Want een mooi verhaal verzinnen, dat doen we. We stellen onszelf mooier, interessanter, gecultiveerder, fijnzinniger, sympathieker, genuanceerder, ruimdenkender en vooral: grappiger voor dan we in werkelijkheid zijn. Zelfs droogstoppels als ik doen hun best om subtiel uit de hoek te komen. Humor, ook als reflex om onszelf te relativeren, om ons te kunnen terugtrekken achter een smiley of #hashtag - "Het was maar om te lachen".
Hoe vaak denk ik niet, op Facebook en daarbuiten: "Stomme trut!" "Onnozelaar!" Maar dat neerpennen, dat doe ik niet. Ik denk dan aan die grote pedagoog uit de 20ste eeuw, Walt Disney, die Stamper laat zeggen: "Als je niets aardigs weet te zeggen, zeg dan niets."
(...) Zoals de Nederlandse dichter-psychiater Rutger Kopland het ooit zei aan interviewer Piet Piryns, terwijl hij naar een ram in de weide wees: ‘Zijn kracht is dat hij niet bestaat. Hij weet niet dat hij er is.’
Wij wel. En meer dan ooit. ‘Het narcistische tijdperk’, noemt Martijn Meijer dit. Een gevaarlijk tijdperk. Want, zegt Meijer, ‘het narcisme van de moderne mens is niet zozeer zelfgenoegzaam, eerder gefrustreerd’. De moderne mens heeft zichzelf opgezadeld met een belachelijk onrealistisch zelfbeeld. En dus: ‘hoeveel eigenliefde we ook bezitten, we komen altijd tekort’. We hunkeren onszelf de vernieling in, we vervullen onszelf tot we helemaal leeg zijn. Het gat is bodemloos.
Het is een niet zo bijzonder vrolijk refrein, dat ook te horen is in de heerlijke bestsellers Absurde overvloed en Lang leve het gewone van de Ierse Brit Michael Foley. ‘Ik geloof helemaal niet dat we onszelf zo graag willen kennen’, zegt Foley vanuit Londen. ‘Wat we wél willen, is onszelf graag zien. We willen eigenwaarde, we willen ons bevestigd voelen in het beeld dat we van onszelf hebben en dat we koste wat het kost willen beschermen. We worden overal aangepraat dat we succesvol kunnen zijn, zolang we maar genoeg in onszelf geloven. Dat is een gevaarlijke illusie. Succes vereist zelfvertrouwen, sure, maar ook: talent, toewijding, concentratie en bovenal heel veel geluk.’
(Opmerking MDM: Ik wil daaraan toevoegen: verstand, en een goede opvoeding, één die je inhamert dat je goed je best moet doen.)
(...) Astrologie geeft eerst een flatterende analyse van je persoonlijkheid, en voorspelt vervolgens dat je met die persoonlijkheid opwindende en intrigerende ontwikkelingen zult doorlopen, roem en geld zult vergaren, en seksueel bijzonder actief zult kunnen zijn. Puur bedrog natuurlijk. Waar blijft het sterrenbeeld voor al wie zelfingenomen, gulzig, gierig, prutsend en wantrouwig is – zoals de meesten onder ons zijn? En waar blijven de voorspellingen dat we ons volgende week zullen gedragen als klootzakken, dat we zullen falen, en dat iedereen dat ook gezien zal hebben: dat we falende klootzakken zijn. Een voorspelling die, week na week, geldt voor de meesten onder ons.’
(...) Nog dit. Als het al zoveel moeite kost om onszelf te kennen, laat staan te begrijpen, en als de kans op succes ook nog eens marginaal is, moeten we het dan wel blijven proberen? Wat levert zelfinzicht ons op? ‘Ik ken mezelf niet en God verhoede dat ik mezelf léér kennen’, schreef Goethe. Bepaald niet bemoedigend is ook het opgemerkte opiniestuk waarmee psychiater Richard Friedman ooit zijn eigen job in vraag stelde in The New York Times. Over het – na lange therapie eindelijk gevonden – zelfinzicht van één van zijn patiënten, schreef hij: ‘It had demystified his feelings, but had done little to change them.’ Het slechtste van alle werelden.
‘De poging tot zelfkennis, de zoektocht, is toch een essentieel vertrekpunt’, blijft Michael Foley geloven. ‘Ook al krijg je je temperament nooit veranderd, je hoeft je er niet per se elke keer door te laten leiden. Je bent wat je bent, maar je bent ook wat je doet. Zelfkennis kan ingrijpen in wat je doet.’
‘Moeilijk te geloven dat ik echt besta, over het verlangen naar zelfkennis’, Ambo, Martijn Meijer.

Comments
Post a Comment