Stuur haar naar Gaza!
Zou racisme dan toch relatief zijn? Ik heb altijd geweigerd om dat te geloven, ook al begreep ik dat er gradaties zijn - iemand uitschelden voor 'kutmarokkaan' is minder erg dan de ramen van Joden ingooien, het lynchen van een neger, of een heel volk willen vergassen. Maar racisme is, ook in zijn kleinste vorm, altijd laakbaar.
Daarom was ik ontzet toen iemand het woord 'negers' schreef op het huis van VRT-journalist Peter Verlinden, begin juni. De volgende dagen was er een tsunami aan reacties. Het huis van Facebook en Twitter was te klein, er verschenen columns in kranten, er werd gedebatteerd op TV, Yves Desmet dankte de journalist om "ons weer bij de les te brengen", en ook de sneer van de journalist naar de N-VA bleef niet onopgemerkt. Er waren weinig politici die hier geen mening over ventileerden. Iedereen deed zijn uiterste best om te tonen dat hij geen racist was.
Maar - niets daarvan toen een gevaarlijker vorm van racisme de kop opstak. Een Antwerpse arts weigerde een oude Joodse vrouw te helpen en vertelde haar aan de telefoon: "Stuur ze maar voor enkele uren naar Gaza, dan zal ze geen pijn meer voelen."
Wie de gevel van Verlinden bekladde, moet een marginale randdebiel zijn. Hier zal het wel een emotionele reactie geweest zijn. Maar het gaat hier toch om een dokter, die weigert een patiënte te helpen omdat ze Joods is. Mocht ze een (mondige) journaliste geweest zijn, mocht hij op het gevel het woord "Jood" gekalkt hebben, dan was er misschien meer aandacht voor. Maar nu, een oorverdovende stilte, ook op Facebook en Twitter; behalve bij Joods Actueel en enkele krantenartikels. Yves Desmet heeft hierover geschreven, niet om zijn verontwaardiging te uiten, maar om het incident te relativeren.
Dus - zou racisme dan toch relatief zijn?
Lees ook even hoe Alain Finkielkraut Claude Levi-Strauss citeert om het begrip 'racisme' te definiëren .
(Ongelukkige identiteit, Alain Finkielkraut)
Race et Histoire was niet het laatste wat Claude Lévi-Strauss over dit onderwerp te zeggen had. Twintig jaar later gaf hij in dezelfde ruimte een andere voordracht, Race et Culture, en toen veroorzaakte hij voor de verbijsterde meerderheid van vertegenwoordigers van derdewereldlanden een schandaal. Hij had de bijbel van het antiracisme geschreven; en nu toonde hij, zoals Jean Daniel het bewonderend (en moedig) schreef, aan dat ‘het probleem van het racisme veel complexer is dan moralisten dag in dag uit beweren’, terwijl ze op de koop toe nog denken Lévi-Strauss na te volgen. De gebruikelijke verwarring van normale attitudes met criminele neigingen pareert Lévi-Strauss met een zo nauwkeurig mogelijke definitie van racisme. Racisme, zegt hij, is een leer die in vier punten kan worden samengevat: er bestaat een correlatie tussen genetisch patrimonium en intellectuele vaardigheden; dat genetisch patrimonium is gemeenschappelijk aan alle leden van bepaalde groepen mensen; die groepen, die rassen worden genoemd, kunnen hiërarchisch worden geordend; op grond van die hiërarchie mogen de zogenaamd hogere ‘rassen’ de andere rassen beheersen, uitbuiten en eventueel ook vernietigen. Dit wetenschappelijk onhoudbare betoog leidt tot vreselijke praktijken, maar, zo waarschuwt Lévi-Strauss plechtig: ‘Het zou niet juist zijn de houding van individuen of groepen die uit trouw aan bepaalde waarden niets of weinig voor andere waarden voelen, in dezelfde categorie thuis te brengen of automatisch aan hetzelfde vooroordeel te wijten.’ Racisme mag dus niet op één hoop worden gegooid met afstandelijkheid. We mogen dan wel wereldconsumenten zijn, we zijn daarom nog geen verwisselbare mensen, en het is ons recht dat niet te willen worden. ‘Er is niets laakbaars aan om één manier van leven of denken boven alle andere te stellen en zich weinig aangetrokken te voelen tot mensen wier leefwijze, hoe respectabel in se ook, te ver afstaat van de leefwijze waaraan men vanouds gehecht is.’ En Lévi-Strauss concludeert: ‘Dit relatieve onvermogen tot communicatie geeft niemand het recht om waarden die hij afkeurt, of vertegenwoordigers van die waarden, te verdrukken of te vernietigen, maar heeft, mits binnen die perken gehouden, ook niets stuitends. Het kan zelfs de tol zijn die we moeten betalen om ervoor te zorgen dat de waardesystemen van elke geestelijke familie of elke gemeenschap behouden blijven en in hun eigen cultuurvoorraad de nodige bronnen van vernieuwing aanboren.’
Comments
Post a Comment