Waar is dat feestje?
SEYTON
The queen, my lord, is dead.MACBETH
She should have died hereafter;Net als Guinevere Claeys (Heeft ze groene ogen? Nee.) gruw ik ervan. Niet alleen het gezeik, de brute oppressie van de eind-t in ons zo sympathieke Vlaams, maar het gebral, de brutaliteit, de remmen-los-mentaliteit, en alles wat het zegt over ons.
There would have been a time for such a word.
To-morrow, and to-morrow, and to-morrow,
Creeps in this petty pace from day to day
To the last syllable of recorded time,
And all our yesterdays have lighted fools
The way to dusty death. Out, out, brief candle!
Life's but a walking shadow, a poor player
That struts and frets his hour upon the stage
And then is heard no more: it is a tale
Told by an idiot, full of sound and fury,
Signifying nothing.
Al dertig jaar ontvlucht ik mijn stad tijdens de weken van sound en fury.
DE MENING - GUINEVERE CLAEYS IS CHEF VAN DS WEEKBLAD
Dank u feestelijk
22/07/2014
De wereld huilt en mijn stad Gent is tien volle dagen aan het schaterlachen. Die nevenschikking is potsierlijk, dat weet ik wel. Alsof een schaterlach de ellende ontkent. Net anderszins: er is weinig wat makkelijker schatert dan diep verdriet. Geen schonere vrolijkheid dan die tegen beter weten in.
Dank u feestelijk
Toch voelde het niet kies. Zaterdag wandelde ik van mijn huis naar het feestende centrum. Ik was er bijna, toen ik langs een gevelplasser kwam die me boven het klateren ‘waar is da feestje?’ toe brulde. Ik heb de straat overgestoken, ben naar huis teruggekeerd. Het was niet zozeer dat gevelplassen – hoewel, dat ook, wat een treurnis toch, geraken we in vol spelplezier echt niet meer op tijd op het potje? – het was vooral wat hij brulde. ‘Waar is da feestje?’ Ik vond dat een prima voice-over bij zijn eigen gezeik. Sterker: ik vond dat een zeer goede vraag. En ik zag het antwoord niet.
Dat had te maken met de afscheidsbrief van Sayed Kashua die ik net voor ik vertrok in de krant had gelezen – een Palestijn die, na vijfentwintig jaar in Jeruzalem, als geen ander de schoonheid van harsh love kent, en daar die schoonheid al net zo lang en in het Hebreeuws predikt. Tot nu. Hij geeft het op, hij verhuist met zijn gezin naar de Verenigde Staten. Want: ‘Vorige week is iets in mij gebroken. Toen Joodse jongeren door de stad trokken en “Dood aan de Arabieren” schreeuwden, en Arabieren aanvielen omdat zij Arabieren zijn, begreep ik dat ik mijn kleine oorlog had verloren.’ Een mens die opgeeft – een gevecht, een droom, een liefde, zijn hoop, een leven, dat is altijd wreed om te zien. Ik kan er niet tegen.
Meer dan mijn stemming liep mijn geweten in de weg. Waar is in godsnaam dat feestje? Ik zei het al, en ik vind dat zelfs een vies woord: het voelde ‘onkies’, de dronken vreugde, op een dag waarop zowat elke krantenpagina halfstok hing.
Nochtans ben ik een verdediger van het tegendeel, zoals de Nederlandse columniste Sylvia Witteman het zaterdag op Twitter zette: Daar gaan we weer. Over mascara praten is not done, want elders liggen lijken. Die het overigens worst zal wezen allemaal. Stoer, en ook juist. Nijntje in het gras van Donetsk, verweesde knuffels, krijsende moeders en vaders, geschrankt gestapelde kinderlijkjes: vijf Irish coffees minder zullen het niet verhelpen. Op de belangrijkste nieuwssites was het nieuws over Gaza en de gecrashte boeiing dit weekend net zo vaak gelezen als dat over de depressieve ijsbeer Arturo in Argentinië, de officiële verjaardagsfoto van prins George en tien tips om in deze hitte goed te slapen. Zo gaat dat en zo hoort dat: de mens houdt zich overeind tussen belachelijk onvergelijkbare niveaus, en dat is zijn krankzinnige kracht. Het redeneert allemaal lekker weg, niets tegenin te brengen.
Het is alleen dat we soms bijzonder behendig worden in snel schakelen tussen de registers. Als we niet uitkijken, worden we cynisch. Misschien moet het toch maar even, het niet over mascara hebben.
‘Waar is da feestje?’ Laat het antwoord heel soms de vraag zijn.
Comments
Post a Comment