Woekeraars en bankiers



Het verhaal was te mooi om waar te zijn.

Reginaldo Scrovegni was een 13de-eeuwe bankier die rijk werd door te woekeren, en zijn zoon Enrico, gekweld door wroeging (of door vrees om zijn erfenis  te laten aanslaan door de overheid) bouwde een kapel in Padua, en vroeg aan de Florentijnse schilder Giotto om ze te versieren met wat fresco's. Wie denkt aan een zuinig schilderijtje zoals dat van Borremans op een stukje beton in Gent, onderschat de wroeging van Enrico Scrovegni, want Giotto liet geen vierkante centimeter van de kapel onbeschilderd.

Het verhaal gaat zelfs dat Dante verwijst naar de hebzuchtige bankier in zijn Inferno, en Giotto zou geïnspireerd hebben, maar Dante schreef zijn Divina Commedia enkele jaren na de voltooiing van de kapel.

Toen ik deze fresco's met open mond bewonderde, en vooral dan de afbeelding van Jezus die de handelaars uit de tempel jaagt, vond ik het wel een mooi verhaal, mooier dan de theorie dat een rijke man zich onsterfelijk wou maken door te investeren in kunst. En toen dacht ik, mochten alle bankiers en woekeraars hun morele en reële schulden afkopen door iemand als Michael Borremans en veertig helpers twee jaar te laten werken om iets te produceren dat de Scrovegnikapel benadert, er zou toch iets goeds zijn voortgekomen uit de financiële crisis.



Comments

Popular posts from this blog

Met twee woorden spreken

(Niet) in de kaart spelen

"This is so funny."