Come together!
Aan die campagne moest ik denken toen ik laatst het dorp van Oostakker doorreed. Aan zebrapad zag ik een jonge moeder, met hoofddoek, maar dat maakt hier nu niets uit, met een kleutermeisje aanstalten maken om de straat over te steken, netjes op het zebrapad. Ik stopte keurig. Zoals wel vaker gebeurt in dergelijke omstandigheden keurde de moeder mij geen blik waardig, maar het meisje maakte wél oogcontact. Ik zag haar handje de hoogte ingaan en ik dacht: fijn, een kind dat zwaait naar mij, om mij te bedanken dat ik een heer in het verkeer ben. Altijd leuk, vind ik. Maar het meisje zwaaide niet. Haar handpalm ging strak de hoogte in, en haar signaal was: stoppen jij! Ze had er de passende blik bij: streng.
Ze had natuurlijk wel gelijk - autochauffeurs horen te stoppen als iemand de straat oversteekt op een zebrapad. Als zwakke weggebruiker kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Maar ik voelde me toch ook wat beledigd. Ik had haar aanmaning niet nodig - ik stond al stil. En toen dacht ik aan de moeilijke taak van opvoeden, aan de dilemma's waar mijn vrouw en ik soms voor stonden. Moeten we onze kinderen weerbaar maken, 'laat niet op je kop zitten', en: 'kom op voor waar je recht op hebt'? Of leren we hen dat de mensen in wezen het goede willen, dat je altijd anderen moet laten voorgaan, en dat je het beste uit jezelf moet halen, ten dienste van de mensen die je ontmoet?
Anders gezegd: leer je hen om iemand te bedanken als hij stopt voor het zebrapad? Of moeten ze op hun strepen staan, daar op het zebrapad?

Comments
Post a Comment