WIL
Ik keer terug uit Gotenburg, met gemengde gevoelens. De reis was niet zonder moeilijkheden - eerst een geannuleerde vlucht, daarna in een vliegtuigstoel naast iemand die anderhalf zitje nodig had.
In Gotenburg vond een aanslag plaats op een synagoge, zonder veel erg. De brandbom deed niet wat hij moest doen, er vielen geen gewonden. De politie 'onderzoekt of het om een haatmisdrijf gaat'.
Een krant openslaan, in de mij toebedeelde ruimte, lukt niet, dan maar lezen op mijn iPhone. En dan lees ik dit, iets wat zich afspeelt in een andere, een bezette, havenstad dichter bij huis:
“Meteen daarna gaat het gekleurde glas aan diggelen van de grote synagoge. Ik zie Omer, de advocaat met de basstem, eerst een hek neerhalen en dan samen met anderen verwoed tegen de voordeur van het gebouw stampen. Ze worden luid aangemoedigd. Het hout kraakt en ze zijn binnen. Applaus. Er komt angstig gehuil uit de synagoge en vervolgens lijkt het alsof het gebouw zelf een gezin uitkotst, dat in de conciërgewoning blijkt te huizen. Een vrouw, twee kinderen en een man worden van de trap geschopt en rennen vervolgens voor hun leven, waarbij ze de neerregenende stokken niet helemaal kunnen ontwijken.”
Uit: WIL, door Jeroen Olyslaegers

Comments
Post a Comment