Een gewone brug
- Get link
- X
- Other Apps
Ik zie ze voor het eerst, de brug van Martinus Nijhoff over de Waal in Zaltbommel. Niks geen idyllische brug, daarvoor is de rivier te breed. Ik zou er niet voor omrijden om ze te zien.
Bart Stouten las zonet het gedicht over die brug voor op Klara, naar aanleiding van de internationale vrouwendag. Een beetje nonchalant, want hij vergat de tweede ‘o’, maar het is hem vergeven.
Toch gaat ‘De moeder de vrouw’ niet over de vrouw, wel over de moeder, en vooral, over de dood. Twee overzijden worden weer buren, en overspannen de grens , the undiscovered country from whose bourn no traveler returns.
Tussen die twee werelden vaart een schip (eigenlijk *bevaart* men geen schip, wel een rivier) met daarop een vrouw die een denkbeeldige psalm zingt.
De moeder de vrouw
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap, wijd en zijd -
laat mij daar midden uit oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
- Get link
- X
- Other Apps

Comments
Post a Comment