Het n-woord: Hoe hoort het eigenlijk?
In 1939 verscheen Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp-Ten Have, het beroemdste boek over etiquette. Maar alle boeken over dit onderwerp ten spijt, blijf ik met een probleem zitten. Neem nu de volgende, reële, casus.
Ik volg fotografielessen, en nu moest ik voor een opdracht enkele portretfoto's maken. Om mondkapjes te vermijden, zocht ik mijn modellen buitenshuis, en ik vond enkele werkmannen aan de bibliotheek bereid om te poseren. Altijd leerrijk, hoor. Twee waren aan de praat, en toen ik vroeg of ik een foto mocht maken, kwam het gebruikelijke excuus: 'Neem hem maar, die plakt veel beter op de foto', en hij wees op een collega die wat verderop aan het werk was met kasseistenen te leggen.
Nou goed, later misschien, eerst wou ik die twee, en nu blijkt dat het een West-Vlaming en een Gentenaar was, die, zo vertelde de Gentenaar, 'ondanks wat men vertelt, toch goed overeen kwamen'. De West-Vlaming was van Adinkerke, het Verre Westen, en laat mijn schoonvader nu ook van daar afkomstig zijn, dat schept meteen een band. Het werden enkele mooie portretten, vond ik. En dan ging ik naar die andere collega. Hij stond daar net zo fotogeniek, met een zelfgedraaid sigaretje bengelend uit een mondhoek. Toen ik begon te praten, haalde hij zijn sigaret in zijn hand, we hadden een vriendelijk babbeltje, en toen vroeg ik hem of hij zijn sigaret weer tussen de lippen zou willen klemmen voor de foto. Maar hij had me verkeerd begrepen - hij dacht dat ik hem zonder sigaret wou vereeuwigen, en hij gooide zijn sjekkie weg. Jammer, maar niet erg.
Wat is nu mijn probleem? Thuis gekomen vertelde ik van mijn wedervaren, ik bekeek mijn opnamen, en wou zeggen: 'Ik heb enkele goede portretten gemaakt, maar die van de... (aarzeling: Hoe hoort het nu eigenlijk?!) ..., en dan zet ik mijn schaamte even opzij, en flap ik het eruit, ja, die foto van die neger vind ik wel de beste.
Stilte. Geen reactie. Mijn vrouw kijkt even naar de foto's, en ze geeft me gelijk. Een mooie lach.
Maar ik blijf met mijn vraag zitten. Hoe hoort het nu eigenlijk, met het n-woord? Ik heb een substantief nodig dat zonder ambiguïteit uitlegt wat ik wel zeggen: van de drie portretten vind ik dat het beste.
Zwarte? Ik zie niet goed wat het verschil is met neger, want neger komt van nigra (zwart) in het latijn, en van negro in het Spaans en Portugees, die, zoals bekend, een belangrijke schakel waren in de slavenhandel tussen Afrika en Amerika. En bij zwarte denk ik ook aan een collaborateur of Oostfrontstrijder. Kleurling dan? Of man van kleur? Ik blijf het geforceerd vinden.
Voor mij heeft het woord neger geen pejoratieve bijklank, evenmin als het adjectief blank. Ik ben nu eenmaal niet pejoratief ingesteld, en ik heb geen bezwaar tegen roetpieten. Honi soit qui mal y pense, zeg ik dan. Maar wat als mijn gekleurde medemens dat nu wél kwetsend vind?
De Standaard moet wel met hetzelfde probleem worstelen. In een artikel ('Ophef aan hogeschool PXL na racistische uitspraken van lector', 5-1-2022)
Een lector van de PXL-Hogeschool (PXL? Of hoe je een katholieke schoolnaam neutraliseert, denk ik) had het n-woord gebruikt, en de krant schroomde ook om het n-woord te gebruiken, zelfs als het een boosdoener citeert. De Standaard gebruikte dan maar sterretjes; n****. Zoals f*ck. Oef, doet dat minder pijn aan de ogen zeg!
Even dacht ik dat de oude Standaard terug was. Toen men een blasfemisch woord intikte, moet de redacteur wel even een kruisteken geslagen hebben ter vergeving van zijn zonden. Tenzij de krant zijn lezers niet wil shockeren en het wil behoeden voor zoveel brutaliteit.
Nogmaals: Honi soit qui mal y pense.
PS - Ik zou graag dat portret afdrukken, maar ik beloofde mijn modellen dat ik de foto's niet zou publiceren.

Comments
Post a Comment